ECLI:NL:RBNNE:2026:459, Rechtbank Noord-Nederland, 18-02-2026, LEE 24/4367 — RBNNE:2026:459
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de tegemoetkoming voor schade van eiser door aanvallen van een wolf op zijn schapen. Eiser is het niet eens met de hoogte van de tegemoetkoming. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de tegemoetkoming. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de hoogte van de tegemoetkoming in het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd. Eiser krijgt dus gelijk en het beroep is gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Betrokken advocaten
mr. E.M. Reijnders
eiser
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2025:1751, Rechtbank Noord-Nederland, 23-04-2025, 23/5027
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:1750, Rechtbank Noord-Nederland, 23-04-2025, 23/3619
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:1751, Rechtbank Midden-Nederland, 11-04-2025, UTR 23/2140
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:1571, Rechtbank Midden-Nederland, 26-03-2025, UTR 23/3714
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 februari 2026
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
LEE 24/4367
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:459