ECLI:NL:RBNNE:2026:954, Rechtbank Noord-Nederland, 25-03-2026, LEE 26/642 — RBNNE:2026:954
Samenvatting
Verzoek om opheffing voorlopige voorziening over omgevingsvergunning vellen boom 33 De voorzieningenrechter wijst het verzoek om de voorlopige voorziening getroffen in de uitspraak van 23 september 2025 (zaaknummer LEE 25/2955, ECLI:NL:RBNNE:2025:4660) op te heffen, af. Onvoldoende aangetoond is dat de boom geen potentieel monumentale houtopstand is. Verzoekster legt aan haar verzoek ten grondslag dat naar aanleiding van de uitspraak van 23 september 2025 door Groenadvies Amsterdam (Groenadvies) nader onderzoek is verricht. Dat nader onderzoek heeft geresulteerd in het rapport van 14 januari 2026 (het rapport). Volgens verzoekster maken de conclusies van Groenadvies over de conditie van de boom en de daarmee gepaard gaande risico’s voor de veiligheid in de omgeving van de boom het noodzakelijk dat de boom op zo kort mogelijke termijn wordt geveld. Daartegenover hebben de derde-partijen de notitie van Copijn Boomspecialisten B.V. (Copijn) van 13 maart 2026 (de notitie) ingediend. Hieronder volgt een weergave van de inhoud van die beide stukken. Gelet op het rapport en de notitie is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende onderbouwd dat de boom geen potentieel monumentale houtopstand is als bedoeld in de Beleidsregels APVG Behoud van groen: kap en herplant 2022 (de beleidsregels). Uit het rapport en de notitie volgt dat Groenadvies onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan naar de grootte van de holte in de boom en naar de interne houtkwaliteit van de boom. Hoewel Groenadvies de holte en de houtkwaliteit visueel en met een Arbotom-geluidstomograaf heeft onderzocht, maakt Groenadvies een voorbehoud bij de resultaten van de geluidsmetingen. Groenadvies heeft de verstoring van de geluidsmeting niet weggenomen met nadere onderzoeksresultaten. Daar komt bij dat Copijn aangeeft dat de plankwortels niet voldoende in beeld zijn in het tomogram van Groenadvies en dat Groenadvies daar weinig op ingaat bij de conclusie in het rapport. Copijn geeft ook aan dat op basis van de tomograafbeelden van Groenadvies zo nodig enkele controles van de dikte van de restwand kunnen worden uitgevoerd met behulp van de resistograaf. De voorzieningenrechter stelt vast dat Groenadvies de mogelijkheid van onderzoek met een resistograaf echter niet (kenbaar) heeft betrokken bij het onderzoek van de boom. De voorzieningenrechter concludeert dat Groenadvies met de resultaten van de visuele inspectie en het geluidsonderzoek onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe groot de holte op 50 cm boven het maaiveld precies is, hoeveel gezond hout op die hoogte in de boom aanwezig is (met name aan de oostzijde van de boom) en in hoeverre het dragende hout in de boom ontbreekt. Dat gebrek aan onderzoeksgegevens zorgt voor twijfel aan de conclusies die Groenadvies trekt over de kwaliteit en levensverwachting van de boom. Verder volgt uit het rapport en de notitie dat door Groenadvies onvoldoende zorgvuldig onderzoek is gedaan naar (het verlies aan) breuksterkte van de boom. Groenadvies baseert de conclusie over die breuksterkte mede op gebrekkige resultaten uit het geluidsonderzoek. Verder is van belang dat Groenadvies geen trekproef heeft uitgevoerd, terwijl Stedelijk Groen wel aan Groenadvies heeft opgedragen om een trekproef te doen. Met een trekproef kan worden onderzocht of de boom het verlies aan breuksterkte door de uitholling (deels) heeft weten te compenseren door het hout van nieuwe jaarringen sterker te maken. Door geen trekproef uit te voeren heeft Groenadvies die mogelijke compensatie niet nader onderzocht. Verder acht de voorzieningenrechter van belang dat onduidelijk is waarom Groenadvies, nadat was afgezien van een trekproef, geen theoretische simulatie van een windbelastingsanalyse heeft gemaakt. Door ook die onderzoeksmethode onbenut te laten heeft Groenadvies onvoldoende onderzoeksgegevens verzameld over (het verlies aan) breuksterkte van de boom. Dat gebrek aan onderzoeksgegevens zorgt ook voor twijfel aan de conclusies die Groenadvies trekt over de kwaliteit en levensverwachting van de boom. Tot slot volgt uit het rapport en de notitie dat onvoldoende inzichtelijk is gemaakt waarom in dit geval het vellen van de boom noodzakelijk is. Onder de huidige omstandigheden is noodkap niet nodig. Daar komt bij dat zowel Groenadvies als Copijn benadrukken dat er alternatieven zijn om de boom veiliger te maken zonder dat die wordt geveld. Ook ligt vervolgonderzoek van de boom voor de hand. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat op dit moment niet is aangetoond dat de boom minder dan 10 á 15 jaar te leven heeft. Aangezien niet in geschil is dat de boom een leeftijd van meer dan 35 jaar heeft en dat de boom voldoet aan één van de specifieke voorwaarden genoemd in artikel 1 van de beleidsregels, is niet aangetoond dat de boom niet potentieel monumentaal is. Daarom bestaat geen aanleiding om de voorlopige voorziening op te heffen.
Betrokken advocaten
mr. T.M. Senff
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:204, Rechtbank Noord-Nederland, 29-01-2026, LEE 25/5198
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:7300, Rechtbank Overijssel, 10-12-2025, AK_25_607
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:4159, Rechtbank Noord-Nederland, 09-10-2025, LEE 23/5564
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:5407, Rechtbank Overijssel, 03-09-2025, ak_24_4456
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 maart 2026
Instantie
Rechtbank Noord-NederlandRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
LEE 26/642
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2026:954