ECLI:NL:RBOBR:2016:5314, Rechtbank Oost-Brabant, 14-09-2016, 01/860228-16 — RBOBR:2016:5314
Samenvatting
De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging. Tussen de raadsman en de officier van justitie is in een eerder stadium telefonisch contact geweest over de definitieve verdenking. Door de toenmalige officier van justitie is daarbij medegedeeld dat de tenlastelegging die op dat moment voorlag, de definitieve tenlastelegging was. De officier van justitie heeft met deze opmerking het gerechtvaardigde vertrouwen bij verdachte en haar raadsman gewekt dat dit dan ook de definitieve verdenking was. Door een nieuwe dagvaarding uit te brengen met twee andere feiten die hetzelfde incident betreffen, heeft het openbaar ministerie de beginselen van een behoorlijke procesorde geschonden.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2025:2064, Rechtbank Oost-Brabant, 07-04-2025, 01.284217.24
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2024:5116, Rechtbank Oost-Brabant, 30-10-2024, 71.222994.24
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2023:5541, Rechtbank Oost-Brabant, 29-11-2023, 71/183495-21
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2021:6508, Rechtbank Oost-Brabant, 16-12-2021, 01-879467-17
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 september 2016
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
01/860228-16
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2016:5314