Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2020:6287Civiel Recht

ECLI:NL:RBOBR:2020:6287, Rechtbank Oost-Brabant, 09-12-2020, 351750 / HA ZA 19-689 — RBOBR:2020:6287

Samenvatting

Contradictoir. Tussenvonnis. Levering van elektriciteit. Geschil tussen een netbeheerder en een programmaverantwoordelijke over afrekening van elektriciteit. Achteraf is vastgesteld dat meer elektriciteit is afgenomen door een aantal verbruikers dan vooraf als verwachting was opgegeven door de programmaverantwoordelijke. Onbalans in het net moet worden gecompenseerd door het bijkopen van elektriciteit door de programmaverantwoordelijke. Verrekening van volumeverschillen als gevolg van allocatiefouten gaat aan de hand van afspraken die de marktpartijen op de energiemarkt hebben neergelegd in Issue IC011. Basis voor de verrekening zijn de nieuwe meetwaarden die door de meetverantwoordelijke worden vastgesteld. De controletaak van de netbeheerder op grond van de Meetcode elektriciteit en de Informatiecode elektriciteit en gas houdt niet in dat hij de meetgegevens die de meetverantwoordelijke aanlevert moet controleren op juistheid. Beroep op verjaring slaagt niet. Geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking van de netbeheerder als de vordering wordt toegewezen. De netbeheerder krijgt weliswaar een gedeeltelijke vergoeding voor netverlies in de transporttarieven, maar als de vordering wordt toegewezen wordt dat als negatieve kosten in mindering gebracht op de transporttarieven van de volgende reguleringsperiode. In dit geval geen verplichting tot overleg vanuit de meetverantwoordelijke voordat tot correctie van de meetgegevens kon worden overgegaan. Dat moet wel als er sprake is van een onvolkomenheid in de meetinrichting en vervolgens een schatting van het verbruik moet worden gemaakt, artikel 3.3.4.3. Issue IC011e. In dit geval kon de meetverantwoordelijke zelfstandig vaststellen wat het daadwerkelijke verbruik was geweest, artikel 3.3.4.2. Issue IC011e. Stelling van de netbeheerder dat de verrekenvoorstellen op grond van de termijnen in Issue IC011b definitief zijn geworden en de programmaverantwoordelijke zich daartegen niet meer kan verweren verwerpt de rechtbank. Niet komen vast te staan dat de programmaverantwoordelijke te laat heeft gereageerd op de verrekenvoorstellen. Beroep op matiging vanwege de drempelwaarde in Issue IC011b slaagt.

Betrokken advocaten

mr. J.E. Janssen

eiser

Stek, AMSTERDAM

mr. I. Brinkman

eiser

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

9 december 2020

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

351750 / HA ZA 19-689

Procedure

Bodemzaak

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2020:6287

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter beëindigt huur woonbootligplaats in Eindhovens industriekanaal
Rechtbank Oost-Brabant·2 april 2026
Civiel Recht
Gemeente Eindhoven mag woonbootbewoner uit Afwateringskanaal zetten
Rechtbank Oost-Brabant·2 april 2026
Civiel Recht
RBOBR:2026:2052
Rechtbank Oost-Brabant·1 april 2026
Civiel Recht
RBOBR:2026:2125
Rechtbank Oost-Brabant·1 april 2026
Civiel Recht