ECLI:NL:RBOBR:2022:1247, Rechtbank Oost-Brabant, 06-04-2022, C/01/366917 / HA ZA 21-47 — RBOBR:2022:1247
Samenvatting
Het gaat in deze zaak om de vraag of Rabobank in de periode vanaf 18 maart 2015 tot en met 8 april 2015 op de door Rabobank ontvangen pinbetalingen verband houdende met de aan haar verpande winkelvoorraad met voorrang mag verhalen doordat zij haar vordering op Geddes Retail heeft verrekend met die bijschrijvingen. Volgens de curator staat artikel 54 Fw daaraan in de weg. Rabobank bepleit dat ze daar wel toe bevoegd was. De rechtbank verwerpt het betoog van Rabobank.
Betrokken advocaten
mr. T.H.D. Struycken te Amsterdam
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2025:2837, Rechtbank Oost-Brabant, 22-05-2025, 10538950 \ CV EXPL 23-2446
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2024:7715, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 13-12-2024, 200.347.473
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:GHSHE:2024:2126, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 02-07-2024, 200.324.720_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBOBR:2024:1566, Rechtbank Oost-Brabant, 17-04-2024, C/01/398765 / HA ZA 23-736
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
6 april 2022
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/01/366917 / HA ZA 21-47
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2022:1247