ECLI:NL:RBOBR:2022:5595, Rechtbank Oost-Brabant, 23-12-2022, 21/6 — RBOBR:2022:5595
Samenvatting
Uit artikel 5:4 van de Awb volgt dat de bevoegdheid om een bestuurlijke sanctie op te leggen uitdrukkelijk bij of krachtens de wet in formele zin moet zijn toegekend. Ten tijde van belang was noch in artikel 39 van de Wet veiligheidsregio’s, noch in een andere bij of krachtens die of andere wet in formele zin aan te wijzen bepaling, uitdrukkelijk de bevoegdheid aan de voorzitter van de veiligheidsregio toegekend om een last onder bestuursdwang op te leggen. De voorzitter van de veiligheidsregio was niet bevoegd om de lasten onder dwangsom en spoedeisende bestuursdwang op te leggen.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:10459, Rechtbank Rotterdam, 06-06-2025, C/10/698996 / KG ZA 25-396
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2024:7311, Rechtbank Gelderland, 14-10-2024, C/05/440327/ KG RK 24-638
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2024:5025, Rechtbank Rotterdam, 08-05-2024, C/10/670292 / HA ZA 23-1076
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2024:2725, Rechtbank Gelderland, 22-04-2024, C/05/432376 / KG RK 24-186
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 december 2022
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
21/6
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2022:5595