ECLI:NL:RBOBR:2022:5596, Rechtbank Oost-Brabant, 23-12-2022, 21/985 — RBOBR:2022:5596
Samenvatting
Brief van eiseres van 17 augustus 2020 is aan te merken als een bezwaarschrift gericht tegen de invorderingsbeschikking. Omdat eiseres met haar bezwaarschrift de invorderingsbeschikking heeft betwist, had haar bezwaar tegen de last onder dwangsom ingevolge artikel 5:39, eerste lid, van de Awb mede betrekking op deze beschikking. Door vervolgens beroep in te stellen tegen het besluit op bezwaar van 27 maart 2020 waarbij de last onder dwangsom is gehandhaafd, is op grond van hetzelfde artikellid van rechtswege beroep ontstaan tegen de invorderingsbeschikking. Omdat met het beroep tegen de last onder dwangsom van rechtswege beroep is ontstaan tegen de invorderingsbeschikking, stond het verweerder niet meer vrij een beslissing op bezwaar tegen de invorderingsbeschikking te nemen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:10459, Rechtbank Rotterdam, 06-06-2025, C/10/698996 / KG ZA 25-396
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2024:7311, Rechtbank Gelderland, 14-10-2024, C/05/440327/ KG RK 24-638
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2024:5025, Rechtbank Rotterdam, 08-05-2024, C/10/670292 / HA ZA 23-1076
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2024:2725, Rechtbank Gelderland, 22-04-2024, C/05/432376 / KG RK 24-186
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 december 2022
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
21/985
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2022:5596