ECLI:NL:RBOBR:2023:164, Rechtbank Oost-Brabant, 13-01-2023, 01-070043-22 — RBOBR:2023:164
Samenvatting
Verdachte - minderjarig ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten - wordt vrijgesproken van de onder 1 primair ten laste gelegde doodslag omdat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte opzet had het slachtoffer te doden, ook niet in de zin van voorwaardelijk opzet. Ook van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit "dood door schuld" wordt verdachte vrijgesproken omdat zij uit noodweer heeft gehandeld. De onder 2 en 3 ten laste gelegde mishandelingen zijn wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank veroordeelt verdachte voor de bewezen verklaarde mishandelingen tot een werkstraf van 120 uren waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan het voorwaardelijk gedeelte van deze straf zijn bijzondere voorwaarden verbonden.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2025:8167, Rechtbank Oost-Brabant, 12-12-2025, 01.206918.24
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:5754, Rechtbank Oost-Brabant, 15-09-2025, 01/125553-24
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2024:3503, Rechtbank Oost-Brabant, 26-07-2024, 01/100956-23
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBOBR:2024:1071, Rechtbank Oost-Brabant, 15-03-2024, 01.073710.23
Rechtbank Oost-Brabant · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 januari 2023
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
01-070043-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2023:164