ECLI:NL:RBOBR:2025:3237, Rechtbank Oost-Brabant, 23-04-2025, C/01/409880 / HA ZA 24-685 — RBOBR:2025:3237
Samenvatting
Contradictoir. Incident. Vordering om een derde als medegedaagde te mogen oproepen o.g.v. artikel 118 Rv. Eiseres in het incident is gedaagde in conventie in de hoofdzaak. Zij wil in reconventie mede een vordering instellen tegen een derde die nog niet in het geding betrokken is. Vordering ex 118 Rv wordt afgewezen, omdat het geschil in conventie een andere rechtsbetrekking betreft dan het geschil in reconventie. Verder wordt in conventie betaling gevorderd op grond van een aantal overeenkomsten. In reconventie vordert eiseres in het incident ontbinding van die overeenkomsten. Hoewel de op te roepen derde ook partij is bij die overeenkomsten, is het voor een geslaagd beroep op ontbinding niet nodig om die derde ook in de procedure te betrekken.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2025:4588, Rechtbank Oost-Brabant, 16-07-2025, 400348 / HA ZA 24-30
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2025:4486, Rechtbank Oost-Brabant, 03-07-2025, 11286707 \ EJ VERZ 24-504
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2024:6798, Rechtbank Oost-Brabant, 04-12-2024, 11286707 \ EJ VERZ 24-504
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1558, Gerechtshof Amsterdam, 07-05-2024, 200.284.767/01 OK
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 april 2025
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/01/409880 / HA ZA 24-685
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:3237