ECLI:NL:RBOBR:2025:5403, Rechtbank Oost-Brabant, 15-08-2025, SHE 25/1161 OWHAND — RBOBR:2025:5403
Samenvatting
Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de last onder dwangsom die aan verzoekster is opgelegd vanwege de bedrijfsactiviteiten die zij in strijd met het omgevingsplan verricht en zonder het bezitten van een exploitatievergunning. De voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat geen sprake is van een spoedeisend belang. De gemachtigde van verweerder heeft tijdens de zitting onweersproken verklaard dat na indiening van het verzoek om voorlopige voorziening en vóórdat uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening is gedaan nog een dwangsom van € 8.000,00 is verbeurd. Dat betekent dat het maximum aan te verbeuren dwangsommen inmiddels is bereikt en dat de dwangsom is ‘volgelopen’.
Betrokken advocaten
mr. A.H.G. Knops
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:532, Rechtbank Den Haag, 07-01-2026, 686448
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6394, Raad van State, 24-12-2025, 202405065/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:7230, Rechtbank Oost-Brabant, 30-10-2025, 11808581 \ CV EXPL 25-4056
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2025:6965, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 01-10-2025, C/02/433075 / HA ZA 25-152 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
15 augustus 2025
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
SHE 25/1161 OWHAND
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:5403