ECLI:NL:RBOBR:2025:5746, Rechtbank Oost-Brabant, 10-09-2025, 11724591_E10092025 — RBOBR:2025:5746
Samenvatting
In deze zaak staat eerst de vraag centraal of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft bij het verzoek dat de Nederlandse werknemer heeft ingesteld tegen zijn in Denemarken gevestigde werkgever. In het verlengde daarvan komt aan de orde welk recht van toepassing is: Nederlands recht of Deens recht. Als het Nederlands recht (ook) van toepassing is, is de vraag of de door de werkgever gedane opzegging van de arbeidsovereenkomst met werknemer rechtsgeldig is. Indien dat niet het geval is, is de vraag vervolgens of er alsnog een einde moet komen aan de arbeidsovereenkomst door ontbinding daarvan vanwege een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond), de inhoudloosheid van de arbeidsovereenkomst en een verschil van inzicht (h-grond), en een combinatie van deze omstandigheden (i-grond) onder toekenning van een transitievergoeding en billijke vergoeding.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2026:57, Hoge Raad, 16-01-2026, 24/03757
Hoge Raad · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2025:3229, Gerechtshof Amsterdam, 02-12-2025, 200.351.570
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2025:6832, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-11-2025, 200.353.597
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:HR:2025:1239, Hoge Raad, 05-09-2025, 24/03619
Hoge Raad · Civiel Recht; Internationaal Privaatrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 september 2025
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
11724591_E10092025
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:5746