ECLI:NL:RBOBR:2025:6974, Rechtbank Oost-Brabant, 28-10-2025, 25/2737 — RBOBR:2025:6974
Samenvatting
Met een besluit van 21 juni 2025 heeft de burgemeester de woning van verzoeker met ingang van 21 juni 2025 voor de duur van zes maanden gesloten op grond van artikel 174a, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Gemeentewet. In een uitspraak van 7 augustus 2025 (25/1523, CLI:NL:RBOBR:2025:4999) heeft de voorzieningenrechter voorlopig geoordeeld dat de wetsgeschiedenis en beschikbare rechtspraak onvoldoende grondslag biedt voor het standpunt van de burgemeester dat in dit geval in beginsel een sluitingsduur van zes maanden op grond van het genoemde artikel gerechtvaardigd zou zijn. De burgemeester heeft zijn standpunt gehandhaafd in het besluit op het bezwaar. Gelet op de nu beschikbare gegevens ziet de voorzieningenrechter in de motivering van het besluit op bezwaar geen aanleiding om over de duur van sluiting anders te oordelen dan in de uitspraak van 7 augustus 2025, waaruit volgt dat deze duur maximaal vier maanden kan zijn.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:1076, Rechtbank Limburg, 03-02-2026, 03.307491.24
Rechtbank Limburg · Strafrecht
ECLI:NL:RBLIM:2026:410, Rechtbank Limburg, 16-01-2026, ROE 24/141
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2026:219, Raad van State, 14-01-2026, 202300567/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:9203, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-12-2025, 25/6310
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 oktober 2025
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
25/2737
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:6974