ECLI:NL:RBOBR:2025:8381, Rechtbank Oost-Brabant, 19-12-2025, SHE 23/924 — RBOBR:2025:8381
Samenvatting
Bestuurlijke boete in verband met overtredingen van artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet. Verstrekking ivermectine en hydroxychloroquine voor preventie of behandeling van Covid-19. Boete niet in strijd met rechtszekerheidsbeginsel (artikel 7 van het EVRM), want artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet is voldoende duidelijk om over te gaan tot beboeting. Overtreding is buiten redelijke twijfel komen vast te staan en kan eiseres worden verweten. Matiging boete vanwege verminderde verwijtbaarheid van eiseres en vanwege overschrijding redelijke termijn (artikel 6 van het EVRM). Beroep gegrond, bestreden besluit wordt vernietigd, boetebesluit wordt herroepen wat betreft de hoogte van de boete.
Betrokken advocaten
mr. J.J.V.J. van der Smissen
eiser
mr. S. van Maren
eiser
mr. E. Izak
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:5965, Raad van State, 10-12-2025, 202405456/1/R3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5349, Raad van State, 05-11-2025, 202405391/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:21317, Rechtbank Den Haag, 23-09-2025, 24/7276
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:6353, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-09-2025, 25/740
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 december 2025
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
SHE 23/924
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2025:8381