Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2026:1139Strafrecht

ECLI:NL:RBOBR:2026:1139, Rechtbank Oost-Brabant, 24-02-2026, 01/400951/24 — RBOBR:2026:1139

Samenvatting

Veroordeling voor overtreding van artikel 6 WVW terwijl de schuld bestaat in roekeloosheid en het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdelen a en b van de WVW. Verdachte is als bestuurder van een personenauto waarin twee passagiers zaten tegen een Peugeot gebotst waarin twee personen zaten. Twee slachtoffers hebben als gevolg van de botsing zwaar lichamelijk letsel bekomen, terwijl een derde slachtoffer zodanig letsel heeft opgelopen dat hij zijn werk en normale bezigheden langdurig niet heeft kunnen verrichten. Door met een hoge snelheid (hoger dan ter plaatse toegestaan) een kruising op te rijden en daarbij door rood te rijden en dus geen voorrang te verlenen voor een hem tegemoet komende en naar links afslaande personenauto, heeft verdachte roekeloos rijgedrag vertoond. Verdachte en één van zijn passagiers zijn weggelopen en samen met iemand anders weggereden van de plaats van het ongeval. In ieder geval is niet gebleken dat verdachte (direct) hulp heeft geboden aan de slachtoffers van de Peugeot. Pas drie maanden na het ongeval heeft verdachte zelf bij de politie erkend dat hij de bestuurder was. De omstandigheid dat verdachte meermalen niet ter terechtzitting is verschenen getuigt niet van het nemen van verantwoordelijkheid voor zijn gedragingen of inzicht bij verdachte in de laakbaarheid van zijn handelen na het ongeval. De rechtbank legt op een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 5 jaren. De rechtbank ziet aanwijzingen dat verdachte tijdens het ongeval onder invloed was van alcohol of andere middelen, hetgeen ook een verklaring voor de snelle aftocht van verdachte van de plaats ongeval kan zijn geweest. Uit de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie leidt de rechtbank af dat er bij verdachte van een delict patroon sprake is.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

24 februari 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

01/400951/24

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2026:1139

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Verdachte schuldig aan drugs en witwassen in Udense woning
Rechtbank Oost-Brabant·2 april 2026
Strafrecht
Eindhovenaar beledigt en bedreigt BOA en krijgt maand cel
Rechtbank Oost-Brabant·2 april 2026
Strafrecht