Rechter buigt zich over royement jonge handballers na douchemandaat — RBOBR:2026:1973
royement verenigingslidmaatschap / vrijheid van godsdienst / rechten minderjarige leden
Eiser / verzoeker
drie minderjarige meisjes (eiseres 1, 2 en 3), vertegenwoordigd door hun moeders
Verweerder / gedaagde
vereniging PSV/DVC/SVOG (PSV Handbal)
De uitspraak bevat alleen de feiten en procedure; de daadwerkelijke beslissing van de voorzieningenrechter is niet opgenomen in de aangeleverde tekst.
- Handbalvereniging PSV wil drie meisjes van 11 jaar royeren vanwege gesteld onsportief gedrag van hun ouders
- Moeders stellen dat het conflict in werkelijkheid draait om een religieus gemotiveerd bezwaar tegen de verplichte doucheplicht
- Mediation tijdens aanhouding van de zaak leverde geen oplossing op
- De zaak raakt aan vrijheid van godsdienst, privacy van kinderen en de grenzen van het tuchtrecht binnen een sportvereniging
Samenvatting
Drie meisjes van 11 jaar, allemaal lid van de handbalvereniging PSV in Eindhoven, dreigen geroyeerd te worden. Hun moeders stappen naar de rechter om dat te voorkomen. De zaak draait om een conflict dat begon met een ogenschijnlijk eenvoudige vraag: moet mijn dochter verplicht douchen na de training?
Het conflict escaleerde toen de moeder van een van de meisjes in december 2025 schriftelijk bezwaar maakte tegen de doucheplicht bij PSV. Zij wilde niet dat haar dochter naakt zou douchen met andere meisjes, vanwege haar religieuze overtuiging en privacybezwaren. Kort daarna, op 12 december 2025, ontving zij samen met de moeders van de twee andere meisjes een brief van PSV met de mededeling dat de vereniging voornemens was de lidmaatschappen van hun dochters te beëindigen. Als reden noemde PSV herhaaldelijk onsportief gedrag van de ouders: ze zouden trainers en coaches hebben ondermijnd, onrust hebben gezaaid bij andere spelsters en grenzen hebben overschreden in de omgang met vrijwilligers.
De moeders, bijgestaan door de Stichting Muslim Rights Watch Nederland, herkenden zich niet in die beschrijving. Volgens hen was het enige echte conflict het dispuut over de doucheplicht. Ze stelden dat PSV de beschuldigingen cryptisch had geformuleerd en niet had onderbouwd met concreet bewijs. Navraag bij andere ouders en een voormalig coach zou hebben bevestigd dat niemand het gedrag herkende dat PSV beschreef.
PSV hield voet bij stuk. De vereniging wees op diverse bijeenkomsten en gesprekken die eerder in het seizoen waren gehouden om het probleem aan te pakken, maar concludeerde dat er geen verbetering was opgetreden. In een brief aan de stichting liet PSV weten dat de fase van overleg was afgesloten en dat het royement niet zou worden herzien.
De moeders stapten vervolgens naar de voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant en vroegen in kort geding om ingrijpen. Tijdens de zitting op 19 februari 2026 bleek echter dat partijen bereid waren om met behulp van een mediator met elkaar in gesprek te gaan. De zaak werd aangehouden in de hoop op een minnelijke oplossing.
Die hoop bleek vergeefs. Begin maart 2026 liet de advocaat van PSV weten dat de mediation niet tot een oplossing had geleid en vroeg hij de rechter alsnog een datum voor vonnis te bepalen. Op 26 maart 2026 deed de voorzieningenrechter uitspraak.
De zaak raakt aan fundamentele vragen over de rechten van leden van een vereniging, de vrijheid van godsdienst en de bescherming van kinderen. Meisjes van 11 jaar worden geraakt door een conflict dat in de kern lijkt te gaan over de vraag of een sportvereniging een religieus gemotiveerd verzoek naast zich neer kan leggen en de gevolgen daarvan op de kinderen mag afwentelen. Of PSV daarin terecht heeft gehandeld, was aan de rechter.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2025:978, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 08-04-2025, 200.344.317.01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2022:6669, Rechtbank Gelderland, 07-12-2022, 399971
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2022:6265, Rechtbank Rotterdam, 15-07-2022, 639053 / HA RK 22-555
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:GHARL:2021:7207, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-07-2021, 200.257.818/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/01/422707 / KG ZA 26-18
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:1973