Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2026:2015Strafrecht

Helmonder vrijgesproken van wapens, wel veroordeeld voor grote drugsvondst — RBOBR:2026:2015

Opiumwet / drugsbezit / wapenbezit / medeplegen

Eiser / verzoeker

Officier van justitie

VS

Verweerder / gedaagde

Verdachte (geboren 1996, wonende te Helmond)

Verdachte vrijgesproken van de wapens (feiten 3 en 4), maar veroordeeld voor het medeplegen van het voorhanden hebben van grote hoeveelheden harddrugs en softdrugs (feiten 1 en 2); de straf is niet volledig in de uitspraak vermeld maar een veroordeling volgt.

  • Vrijspraak voor wapenbezit (revolver en pepperspray) omdat het alternatieve scenario van een worsteling waarbij verdachte de wapens ongewild aanraakte niet kon worden uitgesloten
  • Veroordeling voor medeplegen van voorhanden hebben van cocaïne en MDMA op basis van DNA-sporen op drugstassen, sleutelgebruik en eigen opslag van softdrugs in dezelfde woning
  • Bekentenis van verdachte over softdrugsopslag gold als bevestiging van beschikkingsmacht over de gehele opslaglocatie
  • Medeplegen bewezen geacht omdat de bewoonster actief haar woning ter beschikking stelde en aandrong op samenwerking met de verdachte
  • Voor bewezenverklaring van aanwezig hebben van drugs is niet vereist dat exact bekend is wanneer de middelen in de woning zijn gebracht

Samenvatting

In de vroege ochtend van 6 december 2022 kreeg de politie in Helmond een verontrustende melding: een vrouw stond op haar balkon met haar twee dochters terwijl er in haar woning werd gevochten. Toen agenten arriveerden, zagen ze twee personen vluchten via de voorzijde van het pand. Een derde man werd bloedend aangetroffen aan de achterkant van de woning. Bij doorzoeking van de woning troffen rechercheurs een opvallende drugsvondst aan: ruim 8 kilo cocaïne, circa 6.300 MDMA-pillen, meer dan 21 kilo hasj en bijna 15 kilo hennep.

De bloedende man bleek een verdachte uit Helmond, geboren in 1996. Hij verklaarde dat hij was overvallen toen hij de woning binnenstapte en dat er tijdens een worsteling een revolver en pepperspray ter sprake kwamen. Die wapens, aangetroffen in de woonkamer en bij de trap, droegen zijn DNA. Toch sprak de rechtbank hem vrij van het voorhanden hebben van het vuurwapen en de pepperspray. De rechtbank achtte het alternatieve scenario – dat zijn DNA via een worsteling op de wapens terechtkwam doordat hij ze ongewild aanraakte of ermee werd geslagen – niet uit te sluiten. De hoofdwond die de verdachte had opgelopen paste daarbij.

De drugsvondst lag anders. De verdachte erkende zelf dat hij softdrugs in de woning bewaarde. Hij had een sleutel van het pand en maakte daar ook gebruik van. Op tassen met daarin cocaïne, MDMA én hennep werd zijn DNA aangetroffen. De rechtbank vond zijn verklaring dat hij niets wist van de harddrugs ongeloofwaardig: wie een woning gebruikt als opslagplaats voor softdrugs, vrij toegang heeft tot alle ruimtes, en wiens DNA op dezelfde tassen met harddrugs staat, kan volgens de rechtbank niet volhouden dat hij van die harddrugs geen weet had.

De rechtbank zag ook een rol voor de bewoonster van de woning, met wie de verdachte samenwerkte. Zij had actief aangedrongen om haar woning beschikbaar te stellen als opslaglocatie voor de drugs. Daarmee was volgens de rechtbank sprake van medeplegen.

De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Betrokken advocaten

raadsman (naam niet vermeld)

verdachte

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

01/318979/22

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2026:2015

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken