Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2026:2029Bestuursrecht; Omgevingsrecht

Rechter vernietigt te soepele stikstofnorm voor Dow-complex in Terneuzen — RBOBR:2026:2029

Omgevingsvergunning milieu / NOx-emissiegrenswaarden stookinstallaties

Eiser / verzoeker

Inspecteur-Generaal Leefomgeving en Transport (ILT), Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

VS

Verweerder / gedaagde

College van Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland

De rechtbank vernietigt de vergunningsvoorschriften 12.5.1 en 12.5.2 met de gesommeerde NOx-emissiegrenswaarde en draagt de provincie Zeeland op binnen zes maanden een nieuw besluit te nemen; tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen.

  • De provincie kon niet onderbouwen waarom voor installatietype 6 (KTI Jumbo Upgrade fornuizen) mag worden afgeweken van de wettelijke basisgrenswaarde van 100 mg NOx/Nm3.
  • Zonder geldige onderbouwing per installatietype biedt de gesommeerde norm geen gelijkwaardig beschermingsniveau als vereist onder artikel 2.22 lid 5 Wabo en artikel 5.6 Bor.
  • De in het herstelbesluit opgenomen onderzoeksplicht naar brandervervaniging bij installatietype 6 herstelt het motiveringsgebrek niet.
  • De rechtbank vernietigt vergunningsvoorschriften 12.5.1 en 12.5.2 en treft een voorlopige voorziening om directe schade voor Dow te voorkomen.
  • De kraakfornuizen vallen niet onder de uitzondering voor chemische reactoren en zijn daarmee gewoon onderworpen aan de stikstofnormen van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Samenvatting

De rechtbank Oost-Brabant heeft geoordeeld dat de provincie Zeeland onvoldoende heeft onderbouwd waarom chemieconcern Dow Benelux in Terneuzen mag afwijken van de wettelijke stikstofnorm. De zaak draaide om een revisievergunning die de provincie in 2023 aan Dow verleende, met daarin een zogenoemde 'gesommeerde' NOx-emissiegrenswaarde voor het grootste complex van het bedrijf.

In plaats van elke installatie afzonderlijk te toetsen aan de wettelijke basisgrenswaarde van 100 milligram stikstofdioxide per normaal kubieke meter (mg NOx/Nm3), mocht Dow onder de vergunning een gemiddelde halen over meerdere installaties tegelijk — een zogenoemde sommatie. De Inspecteur-Generaal Leefomgeving en Transport (ILT) stapte naar de rechter omdat hij vond dat deze werkwijze onvoldoende was gemotiveerd en geen gelijkwaardig beschermingsniveau bood.

In een eerdere tussenuitspraak van oktober 2024 gaf de rechtbank de provincie de kans de gebreken in het besluit te herstellen. Daarvoor kreeg de provincie ruim de tijd, maar in het herstelbesluit van juli 2025 slaagde het college er volgens de rechtbank niet volledig in de problemen op te lossen. Eén specifiek punt bleef onopgelost: de provincie kon niet afdoende uitleggen waarom voor de zogeheten KTI Jumbo Upgrade fornuizen — installatietype 6 — mag worden afgeweken van de wettelijke basisgrenswaarde voor grote bestaande stookinstallaties.

De rechter oordeelt dat als die afwijking niet is gerechtvaardigd, de gesommeerde norm als geheel geen gelijkwaardig beschermingsniveau biedt ten opzichte van de reguliere wettelijke norm. Een in het herstelbesluit opgenomen onderzoeksplicht naar mogelijkheden voor brandervervaniging bij installatietype 6 doet daar niets aan af: die verplichting lost het motiveringsgebrek niet terug met terugwerkende kracht op.

Dow is een grote producent van chemische basisproducten en opereert in Terneuzen met een omvangrijk complex van kraakfornuizen en andere stookinstallaties. De zaak is technisch complex: de rechtbank schakelde de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB) in als onafhankelijk deskundige en hield twee zittingen. Eerder oordeelde de rechtbank al dat de kraakfornuizen wél onder de gewone stikstofregels van het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen en dus niet als 'chemische reactor' zijn uitgezonderd.

De rechtbank vernietigt de twee vergunningsvoorschriften met de gesommeerde NOx-norm en draagt de provincie op binnen zes maanden een nieuw besluit te nemen. Omdat die vernietiging directe en grote gevolgen heeft voor Dow — het bedrijf zou anders meteen aan strengere individuele normen per installatie moeten voldoen — treft de rechtbank tegelijkertijd een voorlopige voorziening. Daarmee wordt de situatie tijdelijk bevroren terwijl de provincie een nieuw, beter onderbouwd besluit voorbereidt.

Betrokken advocaten

mr. K.H. Klaver

eiser

mr. N. Damman

verweerder

mr. B. Ebben

Dow Benelux B.V.

Ploum, ROTTERDAM

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Zaaknummer

23/2466

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2026:2029

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Woonwagen vrouw in Son en Breugel krijgt drie weken uitstel van verwijdering
Rechtbank Oost-Brabant·3 april 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Rechter wijst verzoek af om woningbouwproject stil te leggen voor natuur
Rechtbank Oost-Brabant·1 april 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Rechter staat invordering €50.000 dwangsom toe bij vakantiepark Asten
Rechtbank Oost-Brabant·30 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Rechtbank laat omgevingsvergunning mestbewerkingsinstallatie in stand
Rechtbank Oost-Brabant·27 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Rechter laat kapvergunning 46 bomen Limburglaan Eindhoven in stand
Rechtbank Oost-Brabant·26 maart 2026
Bestuursrecht; Omgevingsrecht