Eindhoven wint: drie parkeerboetes terecht na week gratis parkeren — RBOBR:2026:2072
naheffingsaanslag parkeerbelasting / bezwaar en beroep gemeentelijke belastingen
Eiser / verzoeker
particulier (woonplaats onbekend)
Verweerder / gedaagde
heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven
Het beroep is ongegrond verklaard; de drie naheffingsaanslagen parkeerbelasting van elk € 80,80 (totaal € 242,40) blijven in stand.
- De gemeente heeft de betaalplicht voldoende kenbaar gemaakt via zoneborden bij toegangswegen en een verwijsbord naar de parkeerautomaat nabij de parkeerplek.
- Bevestiging door willekeurige voorbijgangers dat parkeren gratis is, komt volledig voor risico van de parkeerder zelf.
- Op grond van artikel 234 lid 5 Gemeentewet mag per kalenderdag een aparte naheffingsaanslag worden opgelegd bij ononderbroken onbetaald parkeren.
- Een naheffingsaanslag parkeerbelasting is juridisch geen boete; persoonlijke omstandigheden bieden geen grond voor matiging of vernietiging.
- Matiging is alleen mogelijk in uitzonderlijke gevallen waarin iemand redelijkerwijs geen gelegenheid had te betalen — daarvan was geen sprake.
Samenvatting
Een man parkeerde zijn auto eind juni 2025 ruim een week lang op een betaald parkeerterrein aan een straat in Eindhoven, zonder parkeergeld te betalen. Hij was op familiebezoek in het buitenland en had zijn auto achtergelaten. Op 25 en 26 juni en op 30 juni constateerden parkeercontroleurs dat er niet betaald was, waarna de gemeente drie naheffingsaanslagen oplegde van elk € 80,80 — een bedrag dat bestaat uit € 2,00 parkeerbelasting en € 78,80 aan naheffingskosten.
De man tekende bezwaar aan en later beroep bij de rechtbank. Hij stelde dat er geen duidelijke aanwijzingen waren dat er betaald moest worden voor het parkeren. Om dat te staven vermeldde hij dat hij twee voorbijgangers had gevraagd of parkeren er gratis was — en dat zij dat bevestigden. De gemeente wees dit van de hand en toonde aan dat er bij de enige twee toegangswegen tot het parkeergebied duidelijke borden staan die de betaalplicht aangeven. Ook stond er op enkele meters van de parkeerplek zelf een bord dat verwees naar de dichtstbijzijnde parkeerautomaat.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente voldoende kenbaar heeft gemaakt dat parkeerbelasting verschuldigd is. Van een parkeerder mag worden verwacht dat die redelijke inspanningen pleegt om de lokale parkeerregels te kennen, voordat hij zijn auto neerzet. Dat twee willekeurige voorbijgangers zeiden dat parkeren er gratis was, komt voor rekening en risico van de man zelf: de gemeente kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor onjuiste informatie van passanten.
De man vroeg ook om matiging: hij betoogde dat het in feite ging om één en dezelfde overtreding, en dat hij nooit de kans had gehad om de auto weg te halen omdat hij in het buitenland zat. De rechtbank erkende dat dit begrijpelijk klinkt, maar legde uit dat een naheffingsaanslag parkeerbelasting juridisch geen boete is. Bij een boete kan de rechter persoonlijke omstandigheden meewegen; bij een naheffingsaanslag kan dat niet. De wet staat toe dat per kalenderdag een aparte aanslag wordt opgelegd zolang geconstateerd wordt dat er niet betaald is. Alleen in uitzonderlijke gevallen — wanneer iemand redelijkerwijs geen gelegenheid had om te betalen — zou matiging mogelijk zijn. Die situatie deed zich hier niet voor.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De drie naheffingsaanslagen van elk € 80,80 blijven in stand, en de man krijgt het griffierecht niet terug.
Gegevens
Datum uitspraak
3 april 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
25/2321
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:2072