Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2026:2074Bestuursrecht; Belastingrecht

WOZ-waarde Vughtse woning van €990.000 blijft in stand — RBOBR:2026:2074

WOZ-waarde / onroerendezaakbelasting

Eiser / verzoeker

eigenares van de woning in Vught

VS

Verweerder / gedaagde

heffingsambtenaar van de gemeente Vught

Het beroep is ongegrond verklaard; de WOZ-waarde van de woning blijft vastgesteld op €990.000.

  • Correctie van de oppervlakte (van 186 naar 175 m²) leidt niet tot verlaging van de WOZ-waarde, omdat het taxatierapport ook met de juiste maten de waarde van €990.000 onderbouwt.
  • Een onjuiste registratie van de uitstraling (slecht in plaats van gemiddeld) kan na aanslagoplegging niet ten nadele van de bezwaarmaker worden gecorrigeerd; in beroep mag de taxateur wél uitgaan van de juiste situatie.
  • Op basis van de vergelijkingsmethode had de woning zelfs op ruim €1.082.000 gewaardeerd kunnen worden, wat aantoont dat €990.000 niet te hoog is.
  • Termijnoverschrijdingen door de heffingsambtenaar vormen geen grond om het verweerschrift buiten beschouwing te laten, zolang de procesorde niet is geschonden en de eiseres niet in haar belangen is geschaad.

Samenvatting

Een vrouw uit Vught verzette zich tegen de WOZ-waarde van haar vrijstaande woning, die door de gemeente was vastgesteld op €990.000 voor het belastingjaar 2025. Ze stapte naar de rechter nadat haar bezwaar was afgewezen, en voerde meerdere argumenten aan waarom de waarde te hoog zou zijn.

Een van haar klachten betrof de oppervlakte van de woning. In de oorspronkelijke beschikking stond 186 vierkante meter vermeld, maar dat bleek onjuist. De heffingsambtenaar erkende de fout en corrigeerde dit naar 175 vierkante meter — 151 m² voor de hoofdbouw en 24 m² voor de aanbouw. De vrouw betoogde dat deze correctie logischerwijs ook tot een lagere WOZ-waarde zou moeten leiden. De rechtbank volgde dit argument niet. Uit het taxatierapport bleek namelijk dat ook met de juiste oppervlaktematen de vastgestelde waarde niet te hoog was.

Een tweede punt van discussie was de zogenoemde uitstraling van de woning. In het computersysteem van de gemeente stond de uitstraling ten onrechte als 'slecht' geregistreerd, terwijl 'gemiddeld' van toepassing zou zijn. Opvallend genoeg werkte deze fout in het voordeel van de vrouw: omdat de heffingsambtenaar na bezwaar een waardebeschikking niet in het nadeel van de bezwaarmaker mag wijzigen, bleef de WOZ-waarde ondanks de correctie op €990.000 staan. De taxateur hield bij de onderbouwing in beroep wél rekening met de juiste uitstraling. De rechtbank berekende dat de woning op basis van de vergelijkingsmethode zelfs op meer dan €1.082.000 had kunnen worden gewaardeerd — ruim boven de vastgestelde waarde.

De vrouw had ook kritiek op de trage en onzorgvuldige werkwijze van de heffingsambtenaar tijdens de procedure. De gemeente had meerdere termijnen overschreden: zo werden de zaakstukken pas in oktober 2025 ingediend, terwijl de rechtbank al in augustus had gevraagd deze voor 3 september aan te leveren. Het verweerschrift volgde in december, tien dagen na de gestelde deadline. De rechtbank erkende dat dit niet netjes was en dat het de gemeente had gesierd om uitleg te geven over de vertragingen — zeker nadat de vrouw had aangegeven dit als een probleem te ervaren. Toch leidde dit niet tot het buiten beschouwing laten van de stukken, omdat de vrouw er inhoudelijk niet door was benadeeld: ze had de meeste stukken al in haar bezit en kreeg de gelegenheid om op het verweerschrift te reageren.

De rechtbank concludeerde dat de gemeente voldoende aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde van €990.000 niet te hoog was vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en de vrouw krijgt het griffierecht niet terug.

Gegevens

Datum uitspraak

3 april 2026

Zaaknummer

25/1570

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2026:2074

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Eindhoven wint: drie parkeerboetes terecht na week gratis parkeren
Rechtbank Oost-Brabant·3 april 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
WOZ-waarde Heusdense woning van €421.000 blijft in stand
Rechtbank Oost-Brabant·3 april 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eindhovenaar verliest beroep tegen aanmaning- en dwangbevelkosten gemeente
Rechtbank Oost-Brabant·3 april 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
RBOBR:2026:1810
Rechtbank Oost-Brabant·20 maart 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht
RBOBR:2026:1624
Rechtbank Oost-Brabant·12 maart 2026
Bestuursrecht; Belastingrecht