Rechter veroordeelt recreatiepark tot €31.000 betaling na gebrekkige woning — RBOBR:2026:2125
aanneming van werk / bouwkundige gebreken recreatiewoning / koop-aannemingsovereenkomst
Eiser / verzoeker
Kopers van de recreatiewoning (twee natuurlijke personen)
Verweerder / gedaagde
VOF recreatiepark en haar twee vennoten (vader en dochter)
Gedaagden (het recreatiepark en zijn vennoten) worden veroordeeld tot betaling van ruim €31.000 aan eisers, plus de kosten van de deskundigenberichten; van de tegenvorderingen wordt alleen de vordering wegens openstaande parkkosten toegewezen.
- Rechtbank stelt op basis van deskundigenrapporten vast dat er diverse bouwkundige gebreken zijn aan de recreatiewoning en kent herstelkosten toe
- Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van ruim €31.000 aan eisers, inclusief vergoeding van kosten deskundigenberichten
- Tegenvorderingen van het recreatiepark (verhuurplicht, schadevergoeding misgelopen huurinkomsten) worden vrijwel geheel afgewezen
- Alleen de tegenvordering betreffende openstaande parkkosten wordt toegewezen
- Proceskosten in conventie gecompenseerd; in reconventie moet het recreatiepark de proceskosten van de kopers betalen
Samenvatting
Een stel kocht een recreatiewoning op een recreatiepark en stelde daarna vast dat er tal van bouwkundige gebreken aan de woning zaten. De woning, gekocht voor ruim €249.000, was pas in december 2022 opgeleverd — later dan afgesproken. Na de oplevering kwamen steeds meer verborgen gebreken aan het licht: problemen die bij de eerste oplevering niet zichtbaar waren. De kopers klopten meerdere keren tevergeefs aan bij het recreatiepark en zijn eigenaren om herstel te eisen.
Het park werd geëxploiteerd door een vennootschap onder firma, waarvan vader en dochter de vennoten zijn. Naast de bouwkundige klachten hadden de kopers ook andere grieven: de parkverlichting voldeed niet aan de normen, de afvalinzameling liet te wensen over en er was geen goede toegangsinstallatie. Meer dan twintig afzonderlijke vorderingen werden bij de rechtbank ingediend.
Het park stelde op zijn beurt tegenvorderingen in. Zo zouden de kopers onvoldoende meewerken aan verhuur van de woning aan derden — wat inkomsten kostte — en zouden zij parkkosten niet hebben betaald. Ook stelde het park schadevergoeding te willen voor misgelopen huurinkomsten.
De rechtbank beoordeelde alle claims grondig. Op basis van deskundigenrapporten — uitgevoerd door onder meer inspectiebureau Braveico en schade-expert van een ander bureau — stelde de rechtbank vast dat er inderdaad sprake was van serieuze gebreken aan de woning. De kopers hadden recht op vergoeding van de herstelkosten en van andere schadeposten.
Van de twintig-plus vorderingen van de kopers wees de rechter een substantieel deel toe. De tegenvorderingen van het park werden vrijwel geheel afgewezen. Slechts één tegenvordering slaagde: de kopers moeten alsnog openstaande parkkosten betalen. Omdat partijen over en weer deels in het ongelijk zijn gesteld in de hoofdzaak (conventie), worden de proceskosten gecompenseerd. In de tegenvordering (reconventie) moet het park de proceskosten van de kopers vergoeden, omdat het daar grotendeels verloor.
Uiteindelijk veroordeelde de rechtbank het recreatiepark tot betaling van ruim €31.000 aan de kopers, te vermeerderen met de kosten van de deskundigenrapporten die de kopers hadden laten opstellen om de gebreken in kaart te brengen.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2025:711, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18-03-2025, 200.320.795_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:RBZWB:2024:8599, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-12-2024, C/02/427474 / JE RK 24-1820; C/02/428022 / JE RK 24-1941
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2024:5024, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-07-2024, C/02/397643 / FA RK 22-2173 en C/02/424498 / FA RK 24-3201
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBZWB:2024:173, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 16-01-2024, C/02/408986 / FA RK 23-2008
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/01/411180 / HA ZA 25-13
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:2125