Rechter ontslaat broer als bewindvoerder na herhaald negeren rechtbank — RBOBR:2026:2211
bewind / ontslag bewindvoerder / beschermingsbewind
Eiser / verzoeker
Kantonrechter (ambtshalve)
Verweerder / gedaagde
Broer van betrokkene (bewindvoerder)
De broer van betrokkene is per 16 april 2026 ambtshalve ontslagen als bewindvoerder; twee maten van een professioneel bewindvoerdersbureau zijn in zijn plaats benoemd.
- Bewindvoerder (broer) liet herhaaldelijk na een boedelbeschrijving en rekening en verantwoording in te dienen ondanks meerdere aanmaningen.
- Bewindvoerder verscheen zonder bericht niet op zitting van 24 maart 2026 en verstrekte ook gevraagde informatie over het testamentaire bewind niet.
- Kantonrechter oordeelde dat sprake is van gewichtige redenen voor ambtshalve ontslag op grond van artikel 1:448 lid 2 BW.
- Opvolgend bewindvoerders (professioneel bureau) krijgen opdracht onderzoek te doen naar het testamentaire bewind op grond van vaders testament.
- Mogelijk bestaat ook aanleiding de broer als testamentair bewindvoerder te ontslaan op grond van artikel 4:164 lid 2 BW.
Samenvatting
Een man die als bewindvoerder optrad voor zijn zus, is door de kantonrechter in 's-Hertogenbosch ambtshalve ontslagen. De broer was in juli 2024 aangesteld nadat zijn ouders, die eerder die taak uitvoerden, waren overleden. Sindsdien schoot hij ernstig tekort in de uitvoering van zijn taken.
Het bewind over de vrouw was al in 2010 ingesteld vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand. Uit de rekening en verantwoording over 2022 bleek dat de vrouw een erfenis had ontvangen. Na het overlijden van haar moeder en vader erfde zij opnieuw, waarbij haar broer ook als testamentair bewindvoerder was aangesteld voor de afwikkeling van de nalatenschap van zijn vader.
De problemen begonnen vrijwel direct na zijn aanstelling. De broer diende niet binnen de wettelijk vereiste vier maanden een boedelbeschrijving in — een overzicht van alle bezittingen en schulden van zijn zus. De rechtbank stuurde hem in mei en juni 2025 herinneringen, maar reageerde nergens op. Een e-mail in juli 2025, waarin ook werd gevraagd om bankafschriften, bleef eveneens onbeantwoord.
De kantonrechter nodigde de bewindvoerder uit voor een zitting op 18 februari 2026. Op de dag zelf meldde hij zich per e-mail ziek en liet hij weten dat hij de boedelbeschrijving alsnog zou indienen. De rechtbank gaf hem een nieuwe kans en schreef hem een uitvoerige brief met harde deadlines en duidelijke instructies. Daarin werd ook uitgelegd dat hij voor zijn zus toestemming van de kantonrechter nodig had om in te stemmen met de verdeling van de nalatenschap van zijn vader, en dat hij het testamentaire bewind apart moest administreren.
De broer verscheen vervolgens zonder enige berichtgeving niet op de zitting van 24 maart 2026 en verstrekte ook de gevraagde informatie niet. Voor de kantonrechter was daarmee de maat vol: de bewindvoerder frustreerde stelselmatig het toezicht dat de rechtbank op grond van de wet moet uitoefenen.
Omdat er ook vragen leven over het testamentaire bewind — waarover de broer eveneens niets heeft laten weten — overweegt de kantonrechter dat er mogelijk ook aanleiding bestaat hem in die hoedanigheid te ontslaan. De nieuwe bewindvoerders krijgen de opdracht dat nader te onderzoeken.
De kantonrechter zocht zelf een professioneel bewindvoerdersbureau als opvolger. Dat bureau heeft zich bereid verklaard het bewind over te nemen. Per 16 april 2026 is de broer ontslagen als bewindvoerder en zijn twee maten van het professionele bureau in zijn plaats benoemd. Zij ontvangen een beloning conform de landelijke regeling voor curatoren, bewindvoerders en mentoren, ten laste van het vermogen van de vrouw.
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
12158027
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:2211