ECLI:NL:RBOBR:2026:534, Rechtbank Oost-Brabant, 30-01-2026, 24/3070 — RBOBR:2026:534
Samenvatting
Eiseres kwam op tegen een besluit tot invordering. In hetgeen zij heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen bijzondere omstandigheden op grond waarvan het college van invordering had moeten afzien van invordering dan wel deze had moeten matigen.
Betrokken advocaten
mr. B.M.E. Mallens
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2024:1211, Rechtbank Oost-Brabant, 27-03-2024, C/01/386320 / HA ZA 22-547 (voorheen C/01/342102 / HA ZA 19-34)
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2023:3979, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-11-2023, 200.279.401_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2022:1494, Raad van State, 25-05-2022, 202005901/1/R4
Raad van State · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:CBB:2021:421, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20-04-2021, 19/1451
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 januari 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
24/3070
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:534