Ontruiming niet gestopt, maar huurster krijgt respijt voor zoeken woning — RBOBR:2026:673
huurrecht / ontruiming / executiegeschil
Eiser / verzoeker
de huurster (aangeduid als [eiser])
Verweerder / gedaagde
ABN Onroerend Goed, gevestigd te Lanaken (België)
De kantonrechter wijst het verbod op tenuitvoerlegging af maar schorst de ontruiming tijdelijk op om de huurster meer tijd te geven vervangende woonruimte te vinden.
- Voorwaardelijke ontbinding huurovereenkomst trad in vervulling doordat huur over september en oktober 2025 niet werd betaald
- Tenuitvoerlegging van een vonnis kan alleen worden geblokkeerd bij misbruik van bevoegdheid, waarvan hier geen sprake is
- Aanwezigheid van minderjarige kinderen levert geen juridische noodtoestand op die ontruiming verhindert
- Kantonrechter schorst de ontruiming tijdelijk op om huurster extra tijd te geven voor vervangende woonruimte
Samenvatting
Een huurster in een woning in Brabant probeerde via een kort geding te voorkomen dat haar verhuurder, het Belgische bedrijf ABN Onroerend Goed, haar en haar gezin zou uitzetten. De rechtbank Oost-Brabant moest beoordelen of deze gedwongen ontruiming mocht worden tegengehouden of uitgesteld.
De voorgeschiedenis is complex. In augustus 2024 had de kantonrechter al een uitspraak gedaan over de huurovereenkomst: die werd voorwaardelijk ontbonden vanwege een huurachterstand. De voorwaarde was simpel: zolang de huurster de maandelijkse huur tijdig en volledig betaalde, mocht de verhuurder niet tot ontruiming overgaan. Een jaar lang ging dat goed. Maar in september en oktober 2025 werden de huurbetalingen overgeslagen. Daarmee trad de voorwaarde voor ontbinding in werking: de huurovereenkomst eindigde per september 2025 en de verhuurder werd bevoegd om de woning te laten ontruimen.
De huurster betoogde dat er zoveel was veranderd sinds het vonnis van 2024, dat een nieuwe rechterlijke toets nodig was voordat tot ontruiming mocht worden overgegaan. Ze wees op het feit dat ze daarna de huur grotendeels wel had doorbetaald, dat er serieuze betalingsperspectieven waren, en bovenal dat er twee minderjarige kinderen in de woning woonden. Ook vond ze het vonnis inmiddels te oud om zonder meer ten uitvoer te leggen.
De kantonrechter gaat hier niet in mee. Een rechter mag de tenuitvoerlegging van een vonnis alleen blokkeren als de verhuurder misbruik maakt van zijn bevoegdheid. Dat is het geval als het vonnis op een overduidelijke fout berust, of als de executie bij de huurster een noodtoestand veroorzaakt die onmiddellijke uitvoering onaanvaardbaar maakt. Geen van beide situaties doet zich hier voor, aldus de rechter.
Over de aanwezigheid van kinderen in het huis merkt de rechter op dat dit destijds al was meegewogen bij het vonnis van 2024. Juist vanwege de kinderen werd de ontbinding destijds voorwaardelijk gemaakt, als een laatste kans. Die kans is verspeeld doordat de huur niet werd betaald. Het feit dat er kinderen wonen maakt de situatie ingrijpend, maar levert juridisch gezien geen noodtoestand op die ontruiming blokkeert.
Ook het argument dat het vonnis inmiddels te oud zou zijn om ten uitvoer te leggen, snijdt geen hout. Pas vanaf september 2025 ontstond het recht op ontruiming, en de verhuurder heeft dat recht binnen enkele maanden benut. Dat is geen misbruik van bevoegdheid.
Toch geeft de rechter de huurster iets meer tijd. Hoewel de primaire vordering — een volledig verbod op ontruiming — wordt afgewezen, schorst de kantonrechter de bevoegdheid tot ontruiming tijdelijk op. De huurster krijgt extra tijd om vervangende woonruimte te vinden en om samen met hulpverlenende instanties te werken aan een oplossing voor de kinderen. De verhuurder mag dus voorlopig nog niet overgaan tot daadwerkelijke uitzetting, maar de juridische grondslag voor die uitzetting staat vast.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:10229, Rechtbank Gelderland, 10-12-2025, C/05/438296 / HA ZA 24-358
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:9666, Rechtbank Amsterdam, 09-12-2025, 11568603
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Internationaal Privaatrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:7894, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 09-12-2025, 200.343.326
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2025:12587, Rechtbank Noord-Holland, 29-10-2025, 11442258 \ CV EXPL 24-8647
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 februari 2026
Instantie
Rechtbank Oost-BrabantRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
12028870 CV EXPL 25-9931
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBOBR:2026:673