Juristi.nl
ECLI:NL:RBOBR:2026:997Strafrecht

ECLI:NL:RBOBR:2026:997, Rechtbank Oost-Brabant, 13-02-2026, 01.201627.23 — RBOBR:2026:997

Samenvatting

Stint-zaak. Feit 1: Vormden eigenschappen van de Stint een schadelijkheid, waarmee verdachten bekend waren en welke zij hebben verzwegen toen zij de Stint op de markt brachten en terwijl dit de dood van vier kinderen ten gevolge had? Oordeel rechtbank ten aanzien van het merendeel (15) van die eigenschappen: geen schadelijkheid, als bedoeld in artikel 174/175 Sr. Ten aanzien van eigenschap ‘slecht contact of breuk 0-draad’ acht de rechtbank een schadelijkheid bewezen, maar niet de wetenschap van de schadelijkheid. Ten aanzien van de ondeugdelijke gashendel/terugkeerveer acht de rechtbank schadelijkheid bewezen, maar niet dat met die wetenschap Stints zijn verkocht of afgeleverd. Geen van de tenlastegelegde onderdelen leidt tot een bewezenverklaring op grond van art. 174/175 Sr. De rechtbank spreekt integraal vrij van het onder feit 1 tenlastegelegde. Feit 2 en 3: valsheid in geschrift ten aanzien van verschillende documenten. Met betrekking tot feit 2 acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachten zich hebben schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift en/of het gebruik maken van die geschriften met uitzondering van de gebruikershandleidingen. Een gebruikershandleiding betreft geen geschrift in de zin van art. 225 Sr, omdat een gebruikershandleiding geen bewijsbestemming heeft. Partiële vrijspraak feit 2 en integrale vrijspraak ten aanzien van feit 3.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

13 februari 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

01.201627.23

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBOBR:2026:997

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken