ECLI:NL:RBOVE:2017:4434, Rechtbank Overijssel, 03-10-2017, 6062297 CV 17-3897 — RBOVE:2017:4434
Samenvatting
Na overlijden van moeder, huurder van woonruimte, vraagt 62-jarige zoon, die circa tien jaar geleden opnieuw bij zijn moeder is gaan wonen, om de huur te mogen voortzetten. Gelet op de jarenlange inwoning en de intensieve mantelzorg voor moeder door de zoon, komt de kantonrechter tot het oordeel dat sprake is geweest van een duurzaam gevoerde gemeenschappelijke huishouding. Zoon biedt tevens voldoende waarborg voor betaling van de huur. Volgt toewijzing van de gevorderde voortzetting van de huurovereenkomst.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2026:319, Rechtbank Overijssel, 27-01-2026, ak_24_2671 pkv
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:101, Centrale Raad van Beroep, 15-01-2026, 25/311 WMO15
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:31, Centrale Raad van Beroep, 15-01-2026, 24/1617 WLZ
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:7391, Rechtbank Overijssel, 16-12-2025, ak_25_725
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 oktober 2017
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
6062297 CV 17-3897
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2017:4434