ECLI:NL:RBOVE:2021:4199, Rechtbank Overijssel, 03-11-2021, C/08/233843 / HA ZA 19-279 — RBOVE:2021:4199
Samenvatting
“In deze zaak gaat het – kortgezegd – om het volgende. Pandgever heeft zijn vorderingen op (onder meer) gedaagde aan eiser verpand. Pandgever is in staat van faillissement verklaard en eiser wil nu haar pandrecht uitwinnen. Gedaagde stelt echter verschillende te verrekenen tegenvorderingen te hebben. Op alle tegenvorderingen is al een beslissing genomen, behalve ten aanzien van de vorderingen die zien op de (volgens gedaagde gebrekkige) betonvloer van zijn garagebedrijf, daarover zijn door de rechtbank vragen aan een deskundige gesteld. In dit eindvonnis wordt geoordeeld dat er blijkens het deskundigenbericht sprake is van schade die als tegenvordering met de vordering van eiser kan worden verrekend. Echter, de schade valt minder hoog uit dan waar gedaagde vanuit ging. Na verrekening van deze schadepost samen met de overige schadeposten die bij eerder tussenvonnis zijn vastgesteld, blijft een deel van de hoofdsom nog openstaan, zodat gedaagde tot betaling daarvan zal worden veroordeeld. De rechtbank overweegt verder dat de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW moet worden toegewezen over dit (restant van de) hoofdsom. Hoewel eiser alleen de wettelijke rente had gevorderd en de rente ex artikel 6:119a BW in de praktijk wordt aangeduid als wettelijke handelsrente, blijkt uit de wettekst dat het hier een bijzondere regeling voor de wettelijke rente betreft, die van toepassing is op handelsovereenkomsten. Wettelijke handelsrente is geen begrip dat uit de wet voortvloeit. Aldus is de rechtbank van oordeel dat indien door een partij de wettelijke rente over een geldsom wordt gevorderd en op basis van de feiten kan worden vastgesteld dat de betreffende geldsom uit een handelsovereenkomst voortvloeit, de rechtbank ambtshalve gehouden is de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW toe te wijzen.”
Betrokken advocaten
mr. J.D. Movig te Amsterdam
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2022:139, Rechtbank Overijssel, 12-01-2022, C/08/271955 / HA ZA 21-406
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2021:793, Rechtbank Overijssel, 17-02-2021, C/08/199248 / HA ZA 17-120
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2020:930, Rechtbank Gelderland, 19-02-2020, C/05/306669 / HZ ZA 16-336
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2018:5434, Rechtbank Gelderland, 19-12-2018, C/05/306669 / HZ ZA 16-336
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
3 november 2021
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/08/233843 / HA ZA 19-279
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2021:4199