ECLI:NL:RBOVE:2022:1575, Rechtbank Overijssel, 02-06-2022, 280735 KG ZA 22-109 — RBOVE:2022:1575
Samenvatting
De vorderingen van eiser in conventie, tot wijziging van de dwangsom dan wel tot de veroordeling van gedaagde om de appèldagvaarding door te halen worden afgewezen. De vordering van gedaagde in reconventie, tot het opheffen van het beslag, wordt toegewezen, nu naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen dwangsommen door gedaagde zijn verbeurd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:1899, Hoge Raad, 12-12-2025, 24/03927
Hoge Raad · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:HR:2025:1133, Hoge Raad, 11-07-2025, 24/02603
Hoge Raad · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:HR:2025:727, Hoge Raad, 09-05-2025, 24/01793
Hoge Raad · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:PHR:2024:967, Parket bij de Hoge Raad, 20-09-2024, 23/04246
Parket bij de Hoge Raad · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 juni 2022
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
280735 KG ZA 22-109
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2022:1575