ECLI:NL:RBOVE:2024:4038, Rechtbank Overijssel, 29-07-2024, 84.015810.23 — RBOVE:2024:4038
Samenvatting
De rechtbank vindt de ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet rechtvaardig en zinvol en is van oordeel dat de betalingsverplichting moet worden vastgesteld op nihil. De veroordeelde is veroordeeld voor het produceren van meer fosfaat dan het op het bedrijf rustende fosfaatrecht in de jaren 2020 en 2021.
Betrokken advocaten
NICO Advocatuur, STAPHORST
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:22, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27-01-2026, 23/983, 24/407, 24/449 en 24/450
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:429, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 26-08-2025, 22/1158
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:3610, Rechtbank Midden-Nederland, 17-07-2025, 24/3803 en 24/3803
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:3846, Rechtbank Overijssel, 16-06-2025, 82.183956.23 (P)
Rechtbank Overijssel · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 juli 2024
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
84.015810.23
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2024:4038