Juristi.nl
ECLI:NL:RBOVE:2025:6120Civiel Recht

ECLI:NL:RBOVE:2025:6120, Rechtbank Overijssel, 14-10-2025, 11758651 \ CV EXPL 25-1904 — RBOVE:2025:6120

Samenvatting

Partij B 3 huurde een woning van partij A. In november 2024 is partij A een rechterlijke procedure tegen partij B 3 gestart omdat partij B 3 een huurachterstand had laten ontstaan. Partij B 3 is in eerste instantie niet in de procedure verschenen. Vervolgens is in een verstekvonnis de huurovereenkomst ontbonden en is partij B 3 veroordeeld om de huurachterstand te betalen en de woning te ontruimen. De woning is ontruimd en de broer van partij B 3 heeft de huurachterstand en de overige kosten betaald. Daarna is partij B 3 alsnog in de procedure verschenen (in verzet gekomen). Tijdens deze verzetprocedure is er bewind ingesteld over de goederen van partij B 3. Daarom is de Bewindvoerder de procespartij geworden. de Bewindvoerder stelt zich op het standpunt dat ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is. De de Bewindvoerder heeft ook een tegenvordering ingesteld. Zij wil dat partij A dezelfde of een vergelijkbare woning aan partij B 3 (terug)geeft en een schadevergoeding aan partij B 3 betaalt. In dit vonnis bekrachtigt de kantonrechter het verstekvonnis en wijst de tegenvorderingen van de Bewindvoerder af.

Betrokken advocaten

mr. J.H.J. Rijntjes

gedaagde

LVH Advocaten, ROTTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

14 oktober 2025

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

11758651 \ CV EXPL 25-1904

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBOVE:2025:6120

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBOVE:2026:1612
Rechtbank Overijssel·26 mrt 2026
Civiel Recht
RBOVE:2026:1673
Rechtbank Overijssel·26 mrt 2026
Civiel Recht
RBOVE:2026:1611
Rechtbank Overijssel·26 mrt 2026
Civiel Recht