Buren en biogasbedrijf botsen over handhaving vergistingsinstallatie — RBOVE:2026:1615
bestuursrechtelijke handhaving / omgevingsvergunning / last onder dwangsom
Eiser / verzoeker
Omwonenden (eisers in 23/2628) en Groen Gas Goor B.V. (eiseres in 23/2679)
Verweerder / gedaagde
College van Gedeputeerde Staten van Overijssel
De rechtbank verklaart de beroepen van zowel de omwonenden als Groen Gas Goor gedeeltelijk gegrond; het college moet op bepaalde onderdelen nieuwe handhavingsbesluiten nemen.
- Het college legde acht lasten onder dwangsom op aan Groen Gas Goor wegens meerdere afwijkingen van de omgevingsvergunning, waaronder verkeerd geplaatste installaties en te grote opslag van mest en co-substraten.
- De rechtbank verklaart beide beroepen gedeeltelijk gegrond: de omwonenden kregen op sommige handhavingspunten gelijk, Groen Gas Goor op andere punten.
- Nieuw verleende vergunningen aan Groen Gas Goor hebben een deel van de handhavingskwesties al beëindigd; die vergunningverlening is onderwerp van een parallelle procedure.
- Het college had op bepaalde punten onvoldoende gemotiveerd waarom handhaving werd geweigerd, wat tot vernietiging van die beslissingen leidde.
- Het college moet op de vernietigde onderdelen nieuwe besluiten nemen over handhaving van de vergistingsinstallatie.
Samenvatting
Een bewoner uit het buitengebied van de gemeente Hof van Twente ervaart al jaren geuroverlast van een nabijgelegen biogasbedrijf. Hij woont op ongeveer 200 meter van het bedrijventerrein Zenkeldamshoek in Goor, waar Groen Gas Goor dierlijke mest vergist tot biogas en groene stroom. De bewoner (samen met zijn partner) diende in 2022 een handhavingsverzoek in bij het college van Gedeputeerde Staten van Overijssel, omdat het bedrijf op tal van punten afweek van de geldende omgevingsvergunning.
Het college aarzelde aanvankelijk over zijn eigen bevoegdheid, maar erkende uiteindelijk dat het de juiste handhavingsinstantie was. In november 2023 legde het college acht lasten onder dwangsom op aan Groen Gas Goor. Die lasten zagen onder andere op de verkeerde plaatsing van installaties — zoals de ontzwavelingsinstallatie, het gasopwaardeerstation en de mestscheidingsinstallatie — en op de te grote opslag van co-substraten en mest. Per overtreding stond een dwangsom van €25.000 per geconstateerde overtreding, met een maximum van €50.000 per last.
Beiden waren het niet eens met de besluiten: Groen Gas Goor vocht de opgelegde lasten aan, terwijl de omwonenden vonden dat het college op meer punten had moeten ingrijpen en handhaving ten onrechte had geweigerd. Beide partijen gingen in beroep bij de rechtbank Overijssel. Daarmee lag er een complexe situatie: twee tegengestelde beroepen over hetzelfde handhavingsbesluit, met als achtergrond ook een lopende procedure over een nieuwe vergunning die Groen Gas Goor inmiddels had aangevraagd en gedeeltelijk verkregen.
De rechtbank beoordeelde de beroepen punt voor punt. Zij stelde vast dat het college op sommige onderdelen terecht had gehandhaafd, maar ook dat op enkele punten fouten waren gemaakt. Zo was de motivering van bepaalde weigeringen onvoldoende onderbouwd, en waren er onderdelen waarbij het college ten onrechte geen of te beperkte handhavingsmaatregelen had getroffen. Tegelijkertijd vond de rechtbank dat Groen Gas Goor op een aantal punten terechte bezwaren had ingebracht tegen de opgelegde lasten.
Tegelijk speelt mee dat inmiddels op onderdelen een nieuwe vergunning aan Groen Gas Goor is verleend, waardoor sommige eerder geconstateerde overtredingen formeel zijn komen te vervallen. Die vergunningverlening is onderwerp van een afzonderlijke beroepsprocedure die de rechtbank gelijktijdig behandelt.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep van zowel de omwonenden als Groen Gas Goor gedeeltelijk gegrond. Beide partijen kregen op onderdelen gelijk, wat betekent dat het college opnieuw naar een deel van de handhavingskwesties moet kijken en nieuwe besluiten moet nemen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2025:7326, Rechtbank Overijssel, 12-12-2025, ak_24_2820
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:622, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-11-2025, 23/648 en 23/1319
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:5613, Rechtbank Midden-Nederland, 30-10-2025, UTR 24/7909
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7324, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28-10-2025, AWB 24_6379
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
Bestuursrecht; OmgevingsrechtZaaknummer
ak_23_2628 en ak_23_2679
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:1615