Juristi.nl
ECLI:NL:RBOVE:2026:1704Strafrecht

Rechter spreekt man vrij na noodweer tegen twee aanvallers met stok — RBOVE:2026:1704

mishandeling / noodweer / vrijspraak strafrecht

Eiser / verzoeker

Officier van justitie

VS

Verweerder / gedaagde

Verdachte

Verdachte vrijgesproken van beide mishandelingsfeiten op grond van noodweer; schadeverordeningen benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard.

  • Rechtbank verwerpt verklaringen van slachtoffers over kruisboog wegens gebrek aan steun in overig bewijs
  • Rechtbank acht de verklaring van verdachte aannemelijk op basis van consistentie, detail en aansluiting bij het letsel
  • Noodweerverweer gehonoreerd voor beide feiten: zowel subsidiariteit als proportionaliteit acht de rechtbank vervuld
  • Vrijspraak volgt omdat de wederrechtelijkheid — impliciet bestanddeel van mishandeling — niet bewezen kan worden
  • Benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevergoedingsvorderingen als gevolg van de vrijspraak

Samenvatting

Een man uit de gemeente Hardenberg werd vrijgesproken van mishandeling nadat de rechtbank Overijssel oordeelde dat hij handelde uit noodweer. Hij had op 11 september 2023 twee mensen met een stok geduwd, maar deed dat volgens de rechtbank om zichzelf te verdedigen tegen hun aanvallen.

De situatie speelde zich af bij de woning van zijn partner in een dorp in de gemeente Hardenberg. Twee bezoekers, een man en een vrouw, stonden voor de woning. Toen verdachte naar de voortuin liep, brak hij de kop van een bezem af zodat hij een stok overhield. Hij vroeg de twee te vertrekken. Wat er daarna gebeurde, was het onderwerp van een heftig meningsverschil.

De twee slachtoffers verklaarden dat verdachte hen had beschoten met een kruisboog. Verdachte en zijn partner vertelden een heel ander verhaal: de vrouw liep direct op verdachte af en wilde hem met haar vuist slaan, waarna verdachte haar met de stok een duw gaf. Zij viel hard tegen een stenen muurtje. Vervolgens kwam ook de man op verdachte af met de intentie hem te slaan, waarop verdachte hem ook met de stok wegduwde — zo hard dat de stok doorbrak. Beide slachtoffers liepen letsel op.

De rechtbank koos duidelijk partij in de bewijsvraag. Het verhaal over de kruisboog vond geen enkel steun in de rest van het dossier, en de rechtbank liet die verklaringen van de slachtoffers dan ook volledig buiten beschouwing. De verklaring van verdachte was consistent en gedetailleerd, werd ondersteund door zijn partner, en paste bovendien bij het letsel dat de slachtoffers hadden opgelopen. Op basis daarvan ging de rechtbank uit van de lezing van verdachte.

De officier van justitie had geëist dat verdachte zou worden veroordeeld voor mishandeling van beide personen, maar betwistte het noodweerverweer. Volgens de officier was er geen sprake van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding die verdediging rechtvaardigde. De rechtbank volgde die redenering niet.

Naar het oordeel van de rechtbank was de aanval van de vrouw zo plotseling dat het redelijkerwijs niet van verdachte gevergd kon worden dat hij zich aan de situatie onttrok. Zijn reactie — een duw met de stok — stond ook in verhouding tot de dreiging. Hetzelfde gold voor de aanval van de man die daar direct op volgde: verdachte had nauwelijks tijd om bij te komen van de eerste aanval en moest zich opnieuw verdedigen. Ook daar was volgens de rechtbank aan de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit voldaan.

Omdat de wederrechtelijkheid — een essentieel bestanddeel van mishandeling — niet bewezen kon worden, sprak de rechtbank de man vrij van beide feiten. De vorderingen tot schadevergoeding van beide slachtoffers werden niet-ontvankelijk verklaard, nu er een vrijspraak volgde.

Betrokken advocaten

mr. N. Hannaart

verdachte

Luns Van der Velden Advocaten, ALMERE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

31 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

08.134319.24 (P)

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBOVE:2026:1704

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken