ECLI:NL:RBOVE:2026:177, Rechtbank Overijssel, 13-01-2026, 11683549 \ CV EXPL 25-1440 — RBOVE:2026:177
Samenvatting
De woningstichting had een huurovereenkomst met de moeder van partij A. De moeder is overleden. Partij A vordert om voor recht te verklaren dat met ingang van het overlijden van zijn moeder de huur van de woning voortzet en dat hij de huurder van de woning wordt. De woningstichting voert verweert. Zij stelt dat partij A zonder recht of titel in de woning verblijft, dat hij geen gemeenschappelijke huishouding voerde met zijn moeder en dat hij geen voldoende financiële waarborg kan bieden voor de nakoming van de huur. De rechtbank wijst de vorderingen van partij A af en veroordeelt partij A om de woning te ontruimen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:4770, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 01-07-2025, 200.309.555/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2025:3667, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-06-2025, 200.344.992/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2024:7475, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 03-12-2024, 200.332.139/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2024:4733, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-07-2024, 200.284.072/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
13 januari 2026
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
11683549 \ CV EXPL 25-1440
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:177