ECLI:NL:RBOVE:2026:273, Rechtbank Overijssel, 22-01-2026, C/08/343396 KG RK 26-4 — RBOVE:2026:273
Samenvatting
Wraking. De verzoeker legt aan zijn wraking ten grondslag dat de verwoording van de rechter volgens hem in het proces-verbaal is 'gladgestreken' en dat uit wat volgens verzoeker de rechter daadwerkelijk had gezegd een onwil zou blijken om kennis te nemen van het verweer en het bewijs. De wrakingskamer overweegt dat de beslissing om de e-mails niet te lezen een procedurele beslissing is. Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat een procedurele beslissing geen grond kan vormen voor een wraking. In dit geval heeft de rechter op de zitting toegelicht dat de e-mails niet worden meegenomen omdat ze te laat zijn ingediend en niet aan de wederpartij gestuurd zijn. Naar het oordeel van de wrakingskamer is er geen reden om uit deze gang van zaken te concluderen dat de gewraakte rechter vooringenomen is of dat objectief gezien de schijn van vooringenomenheid gerechtvaardigd is. De wrakingskamer verklaart het verzoek ongegrond.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2022:300, Rechtbank Overijssel, 02-02-2022, C/08/214885 / HA ZA 18-106
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2020:551, Rechtbank Rotterdam, 22-01-2020, C/10/550637 / HA ZA 18-503
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2019:6382, Rechtbank Rotterdam, 07-08-2019, C/10/550637 / HA ZA 18-503
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2019:6023, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-07-2019, 200.248.941/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
22 januari 2026
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
C/08/343396 KG RK 26-4
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:273