ECLI:NL:RBOVE:2026:558, Rechtbank Overijssel, 04-02-2026, C/08/329462 / HA ZA 25-66 — RBOVE:2026:558
Samenvatting
Dit eindvonnis in een geschil over de uitvoering van installatietechnische werkzaamheden volgt op het tussenvonnis van 22 oktober 2025. Op basis van de nadere toelichting van eiser op de door haar gevorderde vervangende schadevergoeding terzake van niet afgerond of ondeugdelijk werk, waarop gedaagde niet heeft gereageerd, oordeelt de rechtbank in conventie dat de gevorderde vervangende schadevergoeding grotendeels toewijsbaar is. In reconventie wordt, naast de vordering die ziet op een verklaring voor recht (B) waarover de rechtbank in het tussenvonnis al heeft geoordeeld, de vordering tot betaling van twee meerwerkfacturen toegewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2025:6204, Rechtbank Overijssel, 22-10-2025, C/08/329462 / HA ZA 25-66
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2025:10921, Rechtbank Noord-Holland, 24-09-2025, 343765 / HA ZA 23-489
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:1260, Rechtbank Overijssel, 05-03-2025, C/08/317944 / HA ZA 24-292
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2025:186, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14-01-2025, 200.331.601/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
4 februari 2026
Instantie
Rechtbank OverijsselRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/08/329462 / HA ZA 25-66
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBOVE:2026:558