ECLI:NL:RBROE:2012:BX7573, Rechtbank Roermond, 06-09-2012, AWB 12/626 — RBROE:2012:BX7573
Samenvatting
Ingevolge artikel 6, eerste lid, van het Inkomensbesluit is het inkomen uit arbeid uit het bedrijfs- en beroepsleven het tot een bedrag per kalendermaand herleide inkomen. Ingevolge het derde lid kan bij de toepassing van het eerste lid op basis van een geschat inkomen een gemiddeld genoten inkomen per kalendermaand worden bepaald, waarna per periode van ten hoogste twaalf kalendermaanden een herberekening plaatsvindt. Blijkens de Nota van Toelichting bij artikel 6 van het Inkomensbesluit wordt het hierdoor mogelijk om schommelingen in het inkomen dat in mindering moet worden gebracht op de uitkering te voorkomen. Met deze formulering wordt eveneens geregeld dat het inkomen van winstgenieters (winst wordt immers op jaarbasis bepaald), kan worden herleid tot een geschat inkomen per kalendermaand (Staatsblad 2005, 618, p. 12). Tijdens de behandeling ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder desgevraagd meegedeeld dat verweerder voor de berekening van het inkomen per maand bij zelfstandig ondernemers om uitvoeringstechnische redenen een vaste gedragslijn hanteert. Daarbij wordt met behulp van de van de belastingdienst verkregen inkomstengegevens het totaal van het over een jaar door een zelfstandige verkregen inkomen, gemiddeld over het aantal maanden waarin dat inkomen is verworven. Verweerder hanteert deze methode omdat het inkomen van zelfstandigen, in tegenstelling tot inkomsten uit loondienst, fluctueert waardoor het voor verweerder uitvoeringstechnisch niet haalbaar is bij elke zelfstandig ondernemer, nadat van de belastingdienst jaarcijfers zijn ontvangen, over elke maand van de betreffende periode aan de hand van die cijfers te herleiden wat in die periode het daadwerkelijke inkomen per maand is geweest om vervolgens aan de hand daarvan de hoogte van de uitkering per maand opnieuw te berekenen. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op artikel 6, derde lid, van het Inkomensbesluit en de Nota van Toelichting, deze gedragslijn niet in strijd is met de wet en de grenzen van een redelijke beleidsbepaling niet te buiten gaat. Verweerder heeft dan ook, conform zijn vaste gedragslijn, het jaarbedrag van € 2.648,00 terecht gemiddeld over de periode van februari 2010 tot en met december 2010, zijnde de maanden waarover eiser dit bedrag heeft verworven.
Betrokken advocaten
W.J.M.H. Lagerwaard
eiser
P.H. van Deuren
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:3035, Rechtbank Amsterdam, 19-03-2026, 13-329861-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:2821, Rechtbank Amsterdam, 19-03-2026, 13-009730-26
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:3034, Rechtbank Amsterdam, 19-03-2026, 13-019793-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Internationaal Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2026:3025, Rechtbank Amsterdam, 19-03-2026, 13-001834-26
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 september 2012
Instantie
Rechtbank RoermondRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AWB 12/626
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROE:2012:BX7573