ECLI:NL:RBROE:2012:BY4926, Rechtbank Roermond, 29-11-2012, AWB 12 - 483 — RBROE:2012:BY4926
Samenvatting
Het informatieverzoek van eiser heeft vooral betrekking op de beoordeling van de vraag of de betreffende medewerkers op grond van hun aanstelling bevoegd zijn om namens de Raad besluiten te nemen. Het verzoek ziet dan ook op het beroepshalve functioneren van die medewerkers. Dit betreft een aspect van het openbaar bestuur en dient als een bestuurlijke aangelegenheid te worden aangemerkt. De omstandigheid dat die medewerkers geen ambtelijke aanstelling hebben, maar op basis van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht voor de Raad werkzaam zijn, maakt dit niet anders nu zij op basis van die overeenkomst werkzaam zijn voor een bestuursorgaan en binnen dat kader bestuursrechtelijke handelingen verrichten. Met betrekking tot de toepassing van artikel 10, tweede lid, onder e, van de Wob overweegt de rechtbank dat, waar het gaat om beroepshalve functioneren van ambtenaren, slechts een beperkt beroep kan worden gedaan op het belang van eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer. In beginsel kan ten aanzien van zodanig functioneren geen beroep worden gedaan op artikel 10, tweede lid, onder e, van de Wob.De rechtbank is van oordeel dat het vorenstaande ook van toepassing is op de betreffende medewerkers die weliswaar niet een ambtelijke aanstelling, maar een privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst hebben, aangezien zij op grond daarvan voor een bestuursorgaan werkzaam zijn en binnen dat kader bestuursrechtelijke handelingen verrichten. Met betrekking tot de openbaarmaking van de medewerkers heeft verweerder verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 4 juni 2008, r.o. 2.5 (LJN: BD3114). In de hier ter beoordeling voorliggende zaak is echter verzocht om openbaarmaking van documenten opdat gecontroleerd kan worden dat de betreffende medewerkers daadwerkelijk zelfstandig bevoegd zijn om namens de Raad besluiten te nemen die zien op een publiekrechtelijke aangelegenheid. Het betreft hier dan ook een andere situatie dan die in de uitspraak van 4 juni 2008. Nu het verzoek om openbaarmaking van de gevraagde documenten mede verband houdt met de vraag of die medewerkers op grond van hun aanstelling bevoegd zijn namens de Raad zelfstandig besluiten te nemen, heeft verweerder dan ook onvoldoende gemotiveerd waarom de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer zich verzet tegen openbaarmaking van de namen van die medewerkers in de gevraagde documenten.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:2251, Rechtbank Amsterdam, 03-03-2026, 13-340190-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:7831, Rechtbank Amsterdam, 23-10-2025, 13-220104-25
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:2788, Rechtbank Amsterdam, 01-05-2025, 13/058047-22
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:2784, Rechtbank Amsterdam, 01-05-2025, 13/057793-22
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 november 2012
Instantie
Rechtbank LimburgRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AWB 12 - 483
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROE:2012:BY4926