ECLI:NL:RBROT:2013:BZ9201, Rechtbank Rotterdam, 25-04-2013, ROT 13/1370 — RBROT:2013:BZ9201
Samenvatting
DNB heeft aan een pensioenfonds een aanwijzig gegeven die er op neer komt dat het fonds een combinatie van maatregelen treft waarmee recht wordt gedaan aan de prudent person-regel, te weten dat de bestaande beleggingen in zakelijke waarden blijvend worden afgebouwd of gemitigeerd tot een prudent niveau, het beleid over afdekking van het renterisico en valutarisico wordt herzien en de volatiliteit van het beleggingsresultaat, het renterisico en het kredietrisico op de werkgevers wordt beheerst. DNB is van oordeel dat niet aan prudent person-regel wordt voldaan indien de dekkingsgraad grotendeels afhankelijk wordt gemaakt van de bijstortingsbereidheid van de werkgevers. Voorts meent DNB dat een eenzijdige focus op rendement, in plaats van dat de beleggingen zijn afgestemd op de verplichtingen, strijdig is met de prudent person-regel. DNB neemt daarmee, gelet op de tekst en strekking van artikel 135 Pensioenwet en de wetsgeschiedenis van die bepaling, naar het oordeel van de rechtbank een juist standpunt in ter zake van de invulling van die norm. Het beleggingsbeleid, zoals het gedurende het overleg met DNB is gewijzigd, getuigt naar de mening van DNB niet van een evenwichtige belangenafweging als bedoeld in artikel 105 lid 2 Pensioenwet, omdat hiervan een concrete afspraak met de werkgevers onderdeel is, die erop neerkomt dat slechts door hen wordt bijgestort onder de voorwaarde dat de beleggingsmix niet verder wordt aangepast. Tevens geeft het fonds er met de omstandigheid dat het een hoge volatiliteit van het beleggingsresultaat, het renterisico en het valutarisico accepteert, terwijl het zich tegelijkertijd afhankelijk maakt van de bereidheid van de werkgevers om bij te storten, blijk van dat het, anders dan artikel 143 Pensioenwet in samenhang met artikel 21 Besluit FTK vereist, geen beleid voert dat is gericht op het duurzaam beheersen van financiële risico’s op de lange termijn. De rechtbank onderschrijft deze oordelen.
Betrokken advocaten
mr. R.H. Maatman
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:659, Rechtbank Den Haag, 16-01-2026, C/09/694609 / KG ZA 25-1129
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2026:185, Rechtbank Rotterdam, 15-01-2026, ROT 24/3270 en ROT 25/7226
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHDHA:2026:4, Gerechtshof Den Haag, 13-01-2026, 200.354.224/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RVS:2025:6395, Raad van State, 24-12-2025, 202205361/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 april 2013
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROT 13/1370
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2013:BZ9201