ECLI:NL:RBROT:2016:735, Rechtbank Rotterdam, 29-01-2016, 10/604009-09 — RBROT:2016:735
Samenvatting
Op vrijdag 29 januari 2016 heeft de rechtbank te Dordrecht uitspraak gedaan in de megazaak PAVO. Terechtstonden 19 verdachten, waaronder de ‘hoofdverdachte’ C.K. Ten aanzien van 2 van de 19 verdachten hadden de officieren van justitie ook nog een ontnemingsvordering ingediend. De rechtbank heeft daarom 21 vonnissen uitgesproken. Dat zijn alle de Promisvonnissen, hetgeen betekent dat in geval van een bewezenverklaring de bewijsmiddelen aan het vonnis zijn gehecht. De feiten op de tenlasteleggingen van de megazaak PAVO dateren uit de jaren 2004 tot en met 2011. Twee jaar geleden hebben twee regiezittingen van de rechtbank plaatsgevonden, waarna de rechter-commissaris een groot aantal getuigen heeft gehoord. In november 2015 – en voor een aantal verdachten ook nog begin januari 2016 – is de inhoudelijke behandeling geweest. Er is sprake van drie onderwerpen die in meerdere vonnissen terugkomen. 1. Allereerst de ontvankelijkheid van het OM. De advocaten van zes verdachten hebben bij wijze van preliminair verweer de niet-ontvankelijkheid van het OM bepleit. De rechtbank heeft dit verweer ontijdig verklaard, zodat er bij vonnis op is beslist. De rechtbank heeft het verweer verworpen. In het vonnis in de zaak van de hoofdverdachte valt in overweging 5.3 te lezen hoe de rechtbank die verwerping motiveert. 2. Er is een vordering ingediend door een benadeelde partij. De benadeelde partij heeft de vordering niet toegelicht. Met de officieren van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de vordering moet worden afgewezen nu volstrekt onduidelijk is waarop de vordering betrekking heeft. 3. Zoals uit het bovenstaande blijkt, gaat het hier om oude feiten. In de gevallen waarin de rechtbank is gekomen tot een strafoplegging, heeft het tijdsverloop een strafmatigende invloed gehad. Indien de verdediging een beroep heeft gedaan op overschrijding van de redelijke termijn, heeft de rechtbank geconstateerd dat daarvan sprake was en heeft dat tot een lagere straf geleid. De rechtbank heeft vijf verdachten (A.H., K. Holding BV, E.T., M.V. en J.W. jr.) integraal vrijgesproken. Zij werden verdacht van faillissementsfraude (drie verdachten), witwassen (één verdachte) en ambtelijke corruptie/schending van ambtsgeheim (één verdachte). De overige veertien verdachten zijn wel veroordeeld en wel als volgt: 1. Stichting D. is veroordeeld tot een geldboete van € 50.000,- voor schuldwitwassen (eis OM was: € 60.000,-); 2. Aan K.L. is opgelegd een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden voor – kort gezegd – meineed en vuurwapenbezit (eis OM was: 150 u werkstraf en 1 maand voorwaardelijke gevangenisstraf); 3. P.M.: deze verdachte is vrijgesproken van witwassen. Hij is veroordeeld voor het medeplegen van valsheid in geschrift tot een geldboete van € 5.000,- waarvan de helft voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar (eis OM was: 15 maanden gevangenisstraf waarvan 5 voorwaardelijk); 4. F.S. is veroordeeld voor het meermalen medeplegen van valsheid in geschrift tot een geldboete van € 5.000,- waarvan de helft voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar (eis OM was: boete van € 10.000,-); 5. W.V. is veroordeeld voor het meermalen medeplegen van valsheid in geschrift tot een geldboete van € 4.000,- waarvan € 2.500,- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar (eis OM was: boete van € 5.000,- waarvan de helft voorwaardelijk); 6. J.J.: deze verdachte is veroordeeld voor medeplichtigheid aan – kort gezegd – hennepteelt en medeplegen van valsheid in geschrift tot een voorwaardelijke boete van € 1.750, - (eis OM was: boete van € 1.750,-). Hij moet voorts een bedrag van € 8.000,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen; 7. J.L. is vrijgesproken van diefstal van elektriciteit. Hij is – conform de eis van het OM – voor medeplegen van – kort gezegd – hennepteelt in drie hennepkwekerijen en vanwege deelneming aan een criminele henneporganisatie veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en een taakstraf van 120 uren; 8. M.R. is vanwege - medeplegen van – kort gezegd – hennepteelt in drie hennepkwekerijen; - diefstal van elektriciteit t.b.v. die hennepkwekerijen; - deelneming aan een criminele henneporganisatie; - meermalen medeplegen van valsheid in geschrift en van gebruik maken van valse geschriften; - wapenbezit en - bezit van jammers veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden, proeftijd 1 jaar, en een taakstraf van 240 uren (eis OM was: 8 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, proeftijd 2 jaar, en 240 u taakstraf); 9. J.S. is voor het meermalen medeplegen van valsheid in geschrift en van gebruik maken van valse geschriften veroordeeld tot een geldboete van € 7.500,- waarvan € 2.500,- voorwaardelijk (eis OM was: boete van € 7.500,-); 10. P.T. is vrijgesproken van diefstal van elektriciteit. Hij is – conform de eis van het OM – voor medeplegen van – kort gezegd – hennepteelt in drie hennepkwekerijen en vanwege deelneming aan een criminele henneporganisatie veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden en een taakstraf van 240 uren. Hij moet voorts een bedrag van € 133.196,- aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen; 11. J.W. sr. heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van bedrieglijke bankbreuk (faillissementsfraude). Hij krijgt daarvoor een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, waarbij ook rekening is gehouden met de gevorderde leeftijd van verdachte (eis OM was: 9 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf); 12. H.G. is vrijgesproken van bedrieglijke bankbreuk en veroordeeld voor het meermalen medeplegen van valsheid in geschrift tot een geldboete van € 5.000,- waarvan de helft voorwaardelijk (eis OM was: 8 maanden gevangenisstraf); 13. J.O. is vrijgesproken van betrokkenheid bij witwassen en een aantal valsheden in geschrift. Hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 164 dagen voorwaardelijk, en een taakstraf van 240 u met bijbehorende vervangende hechtenis voor het meermalen medeplegen van valsheid in geschrift c.q. van gebruik maken van valse geschriften en voor deelneming aan een criminele henneporganisatie (eis OM was: 21 maanden gevangenisstraf waarvan 5 voorwaardelijk); 14. C.K. (de ‘hoofdverdachte’) is veroordeeld voor: - het (medeplegen van) schuldwitwassen van bedragen van ruim 2,4 miljoen euro, bijna 1,4 miljoen euro en van onroerend goed in Duitsland. Niet is bewezen dat de verdachte op enig moment wist (wetenschap had) dat de ten laste gelegde gelden uit misdrijf afkomstig waren, maar kan wel worden bewezen dat de verdachte in ieder geval vanaf een bepaalde datum redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de gelden onmiddellijk of middellijk uit misdrijf afkomstig waren; - het meermalen medeplegen van valsheid in geschrift c.q. van gebruik maken van valse geschriften; - meineed; - deelneming aan een criminele henneporganisatie; - medeplegen van – kort gezegd – hennepteelt in drie hennepkwekerijen; - medeplegen van bedrieglijke bankbreuk. Van de overige feiten is deze verdachte vrijgesproken, waaronder omkoping van medeverdachte E.T. De officieren van justitie hadden een gevangenisstraf van 6 jaar geëist. Gelet op de omstandigheid dat rechtbank minder feiten heeft bewezenverklaard dan de officieren van justitie hebben gevorderd, alsmede gelet op het tijdsverloop van de strafzaak heeft de rechtbank de verdachte een gevangenisstraf opgelegd van 48 maanden. De officieren van justitie hadden eveneens onttrekking aan het verkeer van 134 valse Herman Brood-schilderijen geëist. De rechtbank heeft deze vordering toegewezen.
Betrokken advocaten
mr. M.E. van der Werf
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:PHR:2025:975, Parket bij de Hoge Raad, 23-09-2025, 23/04235
Parket bij de Hoge Raad · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:21951, Rechtbank Den Haag, 24-12-2024, 09/340702-21
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:7235, Rechtbank Amsterdam, 22-11-2024, 81/179880-22
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:7233, Rechtbank Amsterdam, 22-11-2024, 81/190177-22
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 januari 2016
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Strafrecht; Materieel StrafrechtZaaknummer
10/604009-09
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2016:735