ECLI:NL:RBROT:2016:9332, Rechtbank Rotterdam, 09-11-2016, 510498 / HA RK 16-812 — RBROT:2016:9332
Samenvatting
Verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Verzoeker heeft aan zijn verzoek tot wraking ten grondslag gelegd uitlatingen, gedragingen en beslissingen van de rechter bij gelegenheid van de zitting op 23 augustus 2016. Verzoeker was op die zitting tegenwoordig en heeft bij die gelegenheid kennis genomen van die uitlatingen, gedragingen en beslissingen. Het verzoek tot wraking is eerst ingediend op 13 september 2016. Van verzoeker had – ook in de context van de omstandigheden van het geval – mogen worden verwacht dat hij het verzoek tot wraking uiterlijk binnen enkele dagen na de zitting van 23 augustus 2016 zou doen.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:1362, Raad van State, 11-03-2026, 202501627/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4210, Raad van State, 03-09-2025, 202306164/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:OGHACMB:2024:77, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 12-06-2024, CUR2023H00340
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
ECLI:NL:RVS:2024:1798, Raad van State, 08-05-2024, 202200332/3/R3
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 november 2016
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; Burgerlijk ProcesrechtZaaknummer
510498 / HA RK 16-812
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2016:9332