ECLI:NL:RBROT:2018:10483, Rechtbank Rotterdam, 20-12-2018, ROT 16/5759 — RBROT:2018:10483
Samenvatting
In de uitspraak van 11 oktober 2018 heeft de Raad geoordeeld dat verweerder in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van zijn ontslagbevoegdheid en het beroep ongegrond verklaard. Uit de uitspraak van de Raad volgt dat het besluit niet onrechtmatig is en dat evenmin sprake is van een onrechtmatige handeling in de zin van artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Gelet hierop is er geen grond om verzoekster schadevergoeding toe te kennen. Verzoek afgewezen.
Betrokken advocaten
mr. P.R.M. Berends-Schellens
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2023:14161, Rechtbank Noord-Holland, 22-12-2023, C/15/346443 / KG ZA 23-639
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2023:1723, Gerechtshof Amsterdam, 18-07-2023, 200.314.695/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2023:1592, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 09-03-2023, AWB- 22_1173
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2022:8036, Rechtbank Den Haag, 11-08-2022, AWB - 21 _ 7390
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 december 2018
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
ROT 16/5759
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2018:10483