ECLI:NL:RBROT:2018:3276, Rechtbank Rotterdam, 24-04-2018, NL17.8409 — RBROT:2018:3276
Samenvatting
Nieuw asielmotief in beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank ziet geen aanleiding om de zaak aan te houden. Eiser kan een nieuwe asielaanvraag indienen. Van eiser wordt een actieve houding verwacht wanneer hij een nieuw asielmotief naar voren brengt in de gronden van beroep. Ter zitting heeft eiser desgevraagd meegedeeld dat hij het nieuws over de terugkeer van zijn vader kort voor het gesprek met zijn raadsman over de in te dienen beroepsgronden had vernomen van zijn broer. Gelet op het tijdsverloop daarna van ruim vijf maanden tot aan de zitting en het feit dat verweerder eisers vorige asielmotief ongeloofwaardig heeft geacht, had het in de rede gelegen dat eiser in die periode het nodige had ondernomen om zijn nieuwe asielmotief te kunnen onderbouwen en van zijn pogingen daartoe melding had gemaakt in de beroepsprocedure.
Betrokken advocaten
mr. P.C.M. van Schijndel
eiser
mr. J.M. van Leeuwe-Hokke
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:333, Raad van State, 21-01-2026, 202306463/1/A3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26816, Rechtbank Den Haag, 24-12-2025, NL25.30346
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26814, Rechtbank Den Haag, 24-12-2025, NL25.27497
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26890, Rechtbank Den Haag, 23-12-2025, NL25.21674
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
24 april 2018
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
NL17.8409
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2018:3276