ECLI:NL:RBROT:2024:10458, Rechtbank Rotterdam, 18-06-2024, C/10/676848 / FA RK 24-2628 — RBROT:2024:10458
Samenvatting
Wzd. Schadevergoeding op grond van artikel 44 Wzd. Afwijzing van dit verzoek. Het CIZ heeft geen verzoek voor een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ingediend, maar ook niet het al lopende verzoek voor een rechterlijk machtiging ingetrokken. Het verzoek voor een rechterlijke machtiging is afgewezen omdat betrokkene geen verzet toonde tegen haar verblijf in de instelling. Volgens de advocaat van betrokkene was het verblijf tussen het aflopen van de termijn van de inbewaringstelling en de behandeling van het verzoek voor een rechterlijke machtiging onrechtmatig. De rechtbank is van oordeel dat, nu betrokkene vanaf de dag van opname in het kader van de inbewaringstelling geen verzet meer toonde, er vanaf die datum geen sprake meer was van een onvrijwillige opname. Dan is er geen grond voor schadevergoeding.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:5103, Rechtbank Rotterdam, 17-03-2025, C/10/694933 / FA RK 25-1453
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2023:4100, Rechtbank Rotterdam, 11-05-2023, C/10/656497 / FA RK 23-2953
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2023:167, Rechtbank Rotterdam, 12-01-2023, C/10/640465 / HA RK 22-643
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2020:13051, Rechtbank Rotterdam, 31-12-2020, C/10/610660 / FA RK 20-10227
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 juni 2024
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/10/676848 / FA RK 24-2628
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2024:10458