ECLI:NL:RBROT:2025:12321, Rechtbank Rotterdam, 02-10-2025, ROT 25/6329 — RBROT:2025:12321
Samenvatting
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Dit betekent dat verzoeker niet langer als beveiliger kan werken. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de korpschef zich redelijkerwijs op het standpunt heeft mogen stellen dat verzoeker onvoldoende betrouwbaar is om werkzaamheden te verrichten voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau, zodat de korpschef in beginsel bevoegd was de toestemming in te trekken. In deze zaak blijkt uit de opgemaakte processen-verbaal en mutatierapporten dat verzoeker verdacht wordt van het dealen van drugs op 25 april 2025. Dit feit kan worden gezien als een tamelijk ernstige aantasting van de rechtsorde, waarmee de betrokkene de rechtsregels naast zich neerlegt. Hoewel deze zaak via een strafbeschikking is afgedaan, doet dat geen afbreuk aan de ernst van dit feit. De wijze van afdoening van een zaak is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet bepalend voor de kwalificatie van feiten.
Betrokken advocaten
mr. S.A.J. Wezendonk
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:4828, Rechtbank Midden-Nederland, 22-08-2025, UTR 25/1936
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:2591, Rechtbank Noord-Nederland, 01-07-2025, 18.148413.24
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:2390, Rechtbank Noord-Nederland, 17-06-2025, 18-089246-25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:2377, Rechtbank Noord-Nederland, 17-06-2025, 18-393098-24
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 oktober 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROT 25/6329
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:12321