ECLI:NL:RBROT:2025:14945, Rechtbank Rotterdam, 23-12-2025, ROT 22/5325 — RBROT:2025:14945
Samenvatting
Boete opgelegd voor overtreding van artikel 3, eerste lid, en Bijlage III, sectie II, Hoofdstuk IV, punt 5 en 8, van Verordening 853/2004 vanwege bezoedelde pluimveekarkassen. Toepassing van het Specifiek interventiebeleid Vlees (i.p.v. het Handhavingsprotocol) is niet onevenredig. Geen sprake van een gering risico voor de volksgezondheid. Geen sprake van verminderde verwijtbaarheid. De rechtbank vindt de opgelegde boete van € 15.000 euro (een verhoging vanwege recidive) evenredig. Wel wordt de boete verlaagd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Betrokken advocaten
mr. E.M.M. Geerligs
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:24, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27-01-2026, 23/848
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:6, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13-01-2026, 23/1359
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14946, Rechtbank Rotterdam, 23-12-2025, ROT 21/1550
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
ECLI:NL:RVS:2025:6157, Raad van State, 17-12-2025, 202302122/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 december 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursstrafrechtZaaknummer
ROT 22/5325
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:14945