ECLI:NL:RBROT:2025:3922, Rechtbank Rotterdam, 19-03-2025, C/10/694368 / KG ZA 25-133 — RBROT:2025:3922
Samenvatting
Kort geding. Vorderingen van de vrouw zijn bedoeld om te voorkomen dat dwangsommen worden geïnd. Afwijzing. Rechterlijke beslissingen zijn helder en er is geen sprake van een onmogelijkheid om de zorgregeling na te komen. Het heeft er alle schijn van dat de vrouw, en niet de dochter van partijen, zich verzet tegen contact tussen de man en de dochter.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:5761, Raad van State, 26-11-2025, 202302800/1/R3
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHARL:2025:5596, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-09-2025, 200.347.903/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2023:6645, Rechtbank Noord-Holland, 26-04-2023, C/15/331640 / HA ZA 22-555
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2022:326, Rechtbank Rotterdam, 19-01-2022, C/10/621950 / HA ZA 21-617
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
19 maart 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/10/694368 / KG ZA 25-133
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:3922