ECLI:NL:RBROT:2025:5757, Rechtbank Rotterdam, 14-05-2025, C/10/697703 / KG ZA 25-312 — RBROT:2025:5757
Samenvatting
Kort geding. Vordering tot uitsluitend gebruik huurwoning. Belangenafweging. Het belang van het minderjarige kind van partijen vormt de eerste overweging in de beoordeling van de zaak. Artikel 3 lid 1 IVRK. De belangen van partijen zelf zijn voor een belangrijk deel gelijk. De man heeft op twee punten een net iets groter belang dan de vrouw om in de woning te blijven wonen. Het huurrecht van de woning komt dan ook voorlopig toe aan de man. De voorzieningenrechter verbindt daaraan wel de voorwaarde dat de man binnen zes weken een bodemprocedure moet starten met als inzet de vraag wie van partijen de woning definitief mag blijven huren. Dwangsom afgewezen. Overige tegenvorderingen ook afgewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2025:7952, Rechtbank Noord-Holland, 03-07-2025, HAA 24/5821
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:3793, Rechtbank Rotterdam, 16-04-2025, C/10/685792 / HA ZA 24-783
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBMNE:2022:4484, Rechtbank Midden-Nederland, 24-08-2022, UTR 21/3937
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2022:7070, Rechtbank Rotterdam, 12-08-2022, C/10/640797 / KG ZA 22-574
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 mei 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/10/697703 / KG ZA 25-312
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:5757