ECLI:NL:RBROT:2025:6961, Rechtbank Rotterdam, 16-06-2025, ROT 23/5690 & ROT 23/6570 — RBROT:2025:6961
Samenvatting
De rechtbank laat de aan Apple opgelegde last onder dwangsom in stand. De last was opgelegd vanwege voorwaarden die Apple in het verleden aan datingappaanbieders oplegde en die volgens de ACM kwalificeren als misbruik van een economische machtspositie in de zin van artikel 24 van de Mededingingswet (Mw) en artikel 102 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU). Volgens de rechtbank heeft de ACM terecht geconcludeerd dat Apple een machtspositie heeft op de markt voor appstorediensten op het mobiele besturingssysteem iOS voor datingappaanbieders. De rechtbank verwerpt de gronden van Apple tegen de marktafbakening en tegen de vaststelling dat Apple een economische machtspositie heeft. Ook heeft de ACM volgens de rechtbank terecht geconcludeerd dat Apple onbillijke voorwaarden jegens datingappaanbieders hanteerde en daarmee misbruik heeft gemaakt van haar machtspositie. De ACM was bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom. Op één onderdeel gaat de opgelegde last onder dwangsom verder dan noodzakelijk om aan de overtreding een einde te maken. Volgens de rechtbank was het niet nodig om datingappaanbieders zowel de mogelijkheid te bieden een eigen in-app betaalsysteem te hanteren als de mogelijkheid te verwijzen naar verkoopkanalen buiten de app. Voor het overige blijft de last onder dwangsom in stand. In een uitspraak van 24 december 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:12851) had de voorzieningenrechter een deel van de opgelegde last geschorst en de maximaal te verbeuren dwangsom gehalveerd tot € 50.000.000. De rechtbank stelt in deze uitspraak vast dat Apple niet heeft voldaan aan (het niet geschorste deel van) de last onder dwangsom en dat zij de maximale dwangsom van € 50.000.000 heeft verbeurd. De ACM heeft deze verbeurde dwangsom ook kunnen invorderen.
Betrokken advocaten
Stibbe, AMSTERDAM
Stibbe, AMSTERDAM
Kennedy Van der Laan, AMSTERDAM
Osborne Clarke, B-1050 Brussel
mr. T.R. Heideman
mr. S.A. van der Does
mr. J. van Doormaal
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:5716, Raad van State, 03-12-2025, 202305707/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5717, Raad van State, 03-12-2025, 202401083/1/R1
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:629, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-12-2025, 23/1910
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:2670, Gerechtshof Den Haag, 18-11-2025, 200.354.983/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
16 juni 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
ROT 23/5690 & ROT 23/6570
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:6961