ECLI:NL:RBROT:2025:7045, Rechtbank Rotterdam, 18-06-2025, ROT 23/1244 en ROT 24/2699 — RBROT:2025:7045
Samenvatting
Warenwet. Boete van € 525,- en last onder dwangsom vanwege het niet hebben van een geldig certificaat van goedkeuring voor een speeltoestel (schommeltoestel combinatie met zogeheten nestschommel). Niet in geschil is dat eiseres beschikt over een geldig certificaat van goedkeuring voor de speeltoestellen uit de series P, Q en S. Ook is niet in geschil dat de nestschommel een geldig certificaat van goedkeuring of een daarmee gelijkgesteld certificaat heeft. Het verschil van mening tussen partijen zit onder meer in de vraag of eiseres ook ten aanzien van de combinatie beschikt over een geldig certificaat van goedkeuring dan wel over een daarmee gelijkgesteld certificaat. De ratio van die eis is volgens de staatssecretaris gelegen in de afwijkende eigenschappen van de combinatie, onder meer het gewicht van de schommel, de totale belasting en de bodemvrijheid. Bij zo’n keuring worden de specifieke gevaren die uit de samenbouw voortvloeien bepaald. De rechtbank is van oordeel dat met de certificaten S 60102457 en S 60138925 in combinatie met de aan die certificaten ten grondslag liggende testrapporten wordt voldaan aan eerdergenoemde ratio, zoals die ook is weergegeven in besluit nummer 37 van de AKI-besluitenlijst waar de staatssecretaris zich op baseert. Ook moet worden aangenomen dat beide certificaten zijn afgegeven door een daartoe bevoegde instantie. Nu de staatssecretaris heeft erkend dat een met een certificaat van goedkeuring gelijkgesteld certificaat vormvrij is, concludeert de rechtbank dat hier sprake is van met een certificaat van goedkeuring gelijkgestelde certificaten die bovendien zien op de combinatie. Dit betekent dat van een overtreding van artikel 3a gelezen in verbinding met artikel 14a van het Was geen sprake is. De staatssecretaris was daarom niet bevoegd om aan eiseres een bestuurlijke boete en een last onder dwangsom op te leggen. De beroepen zijn alleen al om deze reden gegrond.
Betrokken advocaten
mr. I.C.M. Nijland
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:9422, Rechtbank Rotterdam, 04-08-2025, ROT 24/6235
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:6406, Rechtbank Rotterdam, 30-05-2025, ROT 24/5320
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:130, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 04-03-2025, 23/952
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:144, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 03-03-2025, 25/99
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 juni 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursstrafrechtZaaknummer
ROT 23/1244 en ROT 24/2699
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:7045