ECLI:NL:RBROT:2025:7258, Rechtbank Rotterdam, 11-06-2025, C/10/698972 / KG ZA 25-392 — RBROT:2025:7258
Samenvatting
De voorzieningenrechter oordeelt dat geen sprake is van een kennelijke feitelijke of juridische misslag in het eerdere vonnis van 18 april 2025, zodat de executie daarvan doorgang kan vinden. Bij de afweging van de belangen weegt het belang van [gedaagde] – die kampt met financiële problemen en dringend behoefte heeft aan de verkoopopbrengst van de woning – zwaarder dan het belang van [eiser] bij behoud van de huidige woonsituatie. De vorderingen van [eiser] worden daarom afgewezen en, ondanks het familieverband tussen partijen, wordt hij gelet op de omstandigheden veroordeeld in de proceskosten.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2024:3843, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 03-12-2024, 200.341.394_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:4796, Rechtbank Den Haag, 03-04-2024, C/09/661442/KG RK 24-220
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:749, Rechtbank Rotterdam, 18-01-2024, C/10/671991 / FA RK 24-291
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2023:11830, Rechtbank Rotterdam, 20-12-2023, C/10/629133 / HA ZA 21-1004
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
11 juni 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
C/10/698972 / KG ZA 25-392
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:7258