ECLI:NL:RBROT:2025:8972, Rechtbank Rotterdam, 23-07-2025, C/10/692195 / HA ZA 25-32 — RBROT:2025:8972
Samenvatting
Voorafgaande aan deze zaak heeft eiseres verlof gekregen om conservatoir beslag te leggen op een zeeschip. In deze zaak vordert eiseres een verklaring voor recht dat haar vordering op de hoofdschuldenaar, een andere partij dan de eigenaar van het schip, op grond van artikel 10:160 lid 4 juncto 10:160 lid 2 en 3 BW in Nederland kan worden verhaald op het zeeschip. Verjaringsverweer. Het bepaalde in artikel 10:160 BW brengt mee dat de vordering van eiseres op hoofdschuldenaar in Nederland op het schip verhaalbaar is als die vordering zowel op grond van het recht van het land waar het schip te boek staat als op grond van het recht dat de vordering beheerst op het schip kan worden verhaald. Door verjaring of verval van een rechtsvordering kan een schuldenaar niet meer worden aangesproken tot nakoming van zijn verbintenis. Die vordering is dan niet meer opeisbaar. Een verjaarde of vervallen vordering kan in dat geval dus ook niet meer verhaald worden. Afwijzing vordering, omdat in ieder geval de vordering verjaard is volgens het Panamese recht, het recht van het land waar het schip te boek staat.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2023:1646, Gerechtshof Amsterdam, 11-07-2023, 200.298.106/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2021:13392, Rechtbank Rotterdam, 30-11-2021, C/10/627766 / KG ZA 21-926
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2021:10871, Rechtbank Rotterdam, 03-11-2021, C/10/591728 / HA ZA 20-198
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2021:9246, Rechtbank Rotterdam, 22-09-2021, C/10/578164 / HA ZA 19-651
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
23 juli 2025
Instantie
Rechtbank RotterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/10/692195 / HA ZA 25-32
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2025:8972